Nieuwe leider van Arabische wereld

De tijd van Saoedi-Arabië als machtsmakelaar op de achtergrond is voorbij.

Riad heeft geleerd luid en duidelijk te spreken.

Saoedi-Arabië was altijd het land van de stille diplomatie. Een machtsmakelaar, op basis van zijn grote financieel-economische macht en zijn religieuze gezag als geboorteplaats van de islam, maar op de achtergrond. „Dat zit in onze genen”, zegt dr. Abdullah al-Askar, die geschiedenis doceert aan de Koning Saud-universiteit in Riad. „Maar stille diplomatie werkt niet meer. De Saoedische regering realiseert zich dat ze het voortouw moet nemen, dat ze luid en duidelijk moet spreken.”

De Arabische topconferentie die gisteren in de Saoedische hoofdstad is begonnen, is het bewijs. Afgezien van een kleine top (zes deelnemers) over de beginnende burgeroorlog in Libanon in 1976 is dit de eerste officiële Arabische top die in Riad wordt gehouden. Belangrijkste onderwerp is het Arabische vredesvoorstel aan Israël, een Saoedisch initiatief uit de laatste dagen van de stille tijd dat na zijn lancering op de top in Beiroet in 2002 meteen in de vergetelheid raakte. Als het aan het nieuwe Saoedi-Arabië ligt, wordt het nu de basis van een doorbraak die naast de Palestijnse kwestie ook de andere crises in het Midden-Oosten (Libanon, Iran misschien zelfs) kan helpen oplossen.

Het aantreden in 2005 van Abdullah is één ingrediënt van de ongekende Saoedische assertiviteit. Jarenlang was Abdullah als kroonprins zaakwaarnemer voor de zieke koning Fahd, maar Abdullah moest rekening houden met andere prinsen. Eenmaal koning is zijn positie onomstreden.

„En hij heeft een duidelijke visie op de Arabische crises. Hij is anders dan de andere Saoedische koningen, die vooral in de islamitische zaak geloofden”, zegt dr. Khalil al-Khalil, lid van de Majlis al- Shoura, de niet-gekozen adviesraad van de regering en naar Saoedische liberalen hopen het parlement in spe. „De Arabische landen beschouwen hem als een sterke leider die gelooft in de Arabische zaak.”

Maar de werkelijke waterscheiding vormden de moslimextremistische aanslagen op New York en Washington van 11 september 2001, zeggen Saoedische intellectuelen. Dat noemt dr. Al-Askar „de positieve kant van 9/11”. De overgrote meerderheid van de uitvoerders van de aanslagen werd gevormd door jonge Saoediërs – producten van de ultrapuriteinse wahabitische richting van de sunnitische islam die Saoedi-Arabië domineert, concludeerde het Westen. Saoedi-Arabië verloederde in de westerse opinie van betrouwbare bondgenoot-olieleverancier tot producent van terroristen en potentieel object voor regime change.

„Saoedi-Arabië realiseerde zich door 9/11 dat het was gegijzeld door een kleine, extremistische minderheid van de bevolking”, zegt dr. Al-Askar. „We geven altijd hulp aan moskeeën, scholen, liefdadigheidsorganisaties in de wereld. We hebben het gezegde: wees vrijgevig met je rechterhand, maar laat dat je linkerhand niet weten. Maar na 9/11 realiseerden we ons dat we waren bedrogen.”

„We beseften dat ons geld verkeerd was gebruikt, dat de linkerhand moet weten wat de rechterhand doet. ‘11 September’ is niet alleen slecht. Het gaf ons de kans alles opnieuw te bekijken, het heeft ons gewekt.”

Nu wil Saoedi-Arabië zich naar buiten toe openstellen. Er is geld vrijgemaakt om tienduizenden jonge Saoediërs in het buitenland te laten studeren. „Duizend beurzen voor Thailand, duizend voor China. Als ze terugkomen zijn we op China na het meest Chinees- sprekende land in de wereld”, lacht dr. Askar. Zo moeten de Saoediërs meer dan nu met het buitenland in contact komen, en het buitenland met Saoediërs.

Er zijn méér factoren achter de opkomst van Saoedi-Arabië als onbetwiste Arabische leider – er zijn bijvoorbeeld geen andere kandidaten voorhanden. Egypte, vroeger de Arabische aanvoerder, heeft binnenlandse problemen en is de laatste jaren niet in staat geweest zijn invloed naar buiten toe te handhaven, aldus een Saoedische veiligheidsadviseur die niet met zijn naam in de krant wil. „Jordanië is te zwak, Syrië geïsoleerd en Irak in beroering.” De rest komt niet in aanmerking.

De Saoedische grondhouding is dus veranderd en de huidige accumulatie van crises in de regio heeft concrete actie losgemaakt. „De laatste maanden hebben we een ernstige verslechtering van de situatie gezien”, aldus een hoge functionaris van het Saoedische ministerie van Buitenlandse Zaken die nauw bij het beleid is betrokken. „Het gevaar van burgeroorlog in Irak, de zomeroorlog in Libanon, de Palestijnse kwestie die de grootste bedreiging blijft. Terwijl onze Iraanse buren het vacuüm willen opvullen dat in Irak en Libanon is ontstaan. Het is geen rooskleurig beeld.

„We beelden ons niet in dat we in staat zijn al deze crises in korte tijd op te lossen. Maar we zijn wel in staat om het escalatieniveau te verminderen”, aldus de functionaris. „We hebben heel openhartige gesprekken met Iran gehad, en misschien gaan we dat in de toekomst ook met Syrië doen. Zonder diplomatieke tvaagheden. Dat heeft geleid tot samenwerking in Libanon en deëscalatie aan de zijde van de Libanese oppositie”, het door Iran (en Syrië) gesteunde Hezbollah. „Ik denk dat ze beginnen in te zien dat hun eerdere inspanningen om de sektarische tegenstellingen uit te buiten, tegen henzelf werken. Misschien wonnen ze de Libanese en Iraakse shi’ieten, maar daardoor dwongen ze de sunnieten hun sektarische identiteit te herdefiniëren. Kijk maar naar Libanon en Irak.”

Wat Saoedi-Arabië zeker als succes ziet, is het Mekka-akkoord tussen de Palestijnse rivalen Al-Fatah en Hamas. De functionaris: „Wij constateren dat Hamas naar het midden is opgeschoven. Wij hopen nu dat de nieuwe eenheidsregering de weg opent naar serieuze onderhandelingen, dat wil zeggen als de Verenigde Staten en Israël serieus zijn.”

De Saoedische rol is cruciaal in de Arabisch-Israëlische situatie, meent dr. Asaad al-Shamlan, van het Instituut voor Diplomatieke Studies in Riad. De Arabieren realiseren zich volgens hem sinds de oorlog van 1973 dat ze het door Israël bezette land niet terugkrijgen door geweld, omdat ze niet bereid zijn voldoende in wapens te investeren. „Voor vrede moeten ze druk uitoefenen op de VS om druk uit te oefenen op Israël, en daartoe is alleen Saoedi-Arabië in staat.”

Maar, zegt hij, de Arabieren worden nog steeds niet helemaal vertrouwd in de VS. „Neoconservatieven zeggen dat koning Abdullah naar Israël moet gaan, zoals de later vermoorde Egyptische president Sadat deed”, iets wat in Riad volstrekt wordt uitgesloten.

Het tweede probleem dat hier wordt gesignaleerd is de verzwakking van de Amerikanen. De veiligheidsadviseur: „Die hebben nu zo weinig invloed. Door de oorlog in Irak hebben ze een geloofwaardigheidsprobleem. De Saoedische regering wilde minister Rice hier vorige week niet eens ontvangen.”

En ten slotte vragen de Saoediërs zich af: wil Israël wel vrede?