Kunstvideo’s naast films over mensenrechten

Het 18de Impakt Festival, dat wordt gehouden in het Centraal Museum, toont dit jaar naast kunstfilms vooral films over de verschillen in cultuur tussen het Westen en het Midden-Oosten.

Het blijft ingewikkeld, een tentoonstelling maken met elektronische kunst, ook in het tijdperk van gebruiksvriendelijke dvd’s. En dus haperde er nog van alles, gisteren, tijdens de preview van het 18de Impakt Festival in Utrecht. „Zonder moeite is het nooit gegaan en zal het nooit gaan”, zegt Arjon Dunnewind, directeur van het festival waar muziek, film, video en internetkunst samenkomen. „Kunstenaars werken vaak met de modernste technieken. En ook Impakt zelf gaat steeds op zoek naar de nieuwste ontwikkelingen. En ja, dan gaat er wel eens wat mis.”

Chaotische taferelen horen een beetje bij Impakt. Het is juist de informele sfeer die het festival zo sympathiek maakt. Wereldberoemde kunstenaars en totaal onbekende debutanten worden er naast elkaar geprogrammeerd. Je kunt er de hoogtepunten zien van de biënnales van Venetië en Sao Paulo – „de jaaroogst”, aldus Dunnewind – maar ook eindexamenfilmpjes. En het festival had vaak plaats op onverwachte locaties, zoals vorig jaar een tot ‘floating cinema’ omgedoopte boot.

Maar sinds 2006 heeft Impakt een vaste plek gekregen in het Centraal Museum, en daarmee lijkt het experimentele karakter naar de achtergrond te verdwijnen. De tentoonstellingen van de Zweedse Miriam Bäckström en de Oostenrijkse Ursula Mayer hebben museale allure. Hun videowerken worden in verduisterde zalen wandvullend geprojecteerd, en ook de onderwerpen zijn museum-fähig. In de vier korte videoloops van Mayer lopen hooggehakte dames lamlendig door modernistische gebouwen. Amechtig vlijt een meisje in mooie jurk haar hoofd op een strak ontworpen tafel. Het haardvuur knettert. Toch spat de eenzaamheid ervan af.

Ook in de films van Bäckström draait het om de kunst zelf. Zij huurde het afgelopen jaar een actrice in die haar taak als kunstenaar overnam. Zij maakte uit Bäckströms naam tentoonstellingen, en pleegde namens haar overleg met galeriehouders. Bäckström legde op haar beurt het proces vast met de videocamera. Het resultaat is een gelaagde film die vol interessante dubbele bodems zit. Maar het is ook een lange, trage film en daardoor nogal ongeschikt voor een dynamisch festival als Impakt.

Een groter verschil tussen deze kunstfilms en de rest van het programma is nauwelijks denkbaar. Het centrale thema dit jaar is ‘Value Friction’, het behandelt de manier waarop kunstenaars uit het Westen en het Midden-Oosten omgaan met de spanningen tussen beide culturen. Dit zijn films met een sociaal-politieke invalshoek. „Ik vond het vreemd dat er na de moord op Theo van Gogh er in Nederland nauwelijks kunstenaars waren die dit thema oppikten”, verklaart Dunnewind zijn keuze. „Toen ben ik op zoek gegaan naar kunstenaars uit andere samenlevingen. Hoe gaan zij om met de tegenstellingen tussen oost en west?” En dus zijn er films te zien over de positie van homo’s in Libanon en vrouwen in Saoedi-Arabië – onderwerpen die niet zouden misstaan op het IDFA of het filmfestival Movies that Matter, over mensenrechten. „Het verschil is dat de kunstenaars op Impakt geen standaard ‘talking head’-documentaires maken”, zegt Dunnewind, „maar hun verhalen vaak op een poëtische, niet-narratieve manier verfilmen”. Een mooi voorbeeld is de film It is not my memory of it (2003) van het Amerikaanse collectief The Speculative Archive. Daarin wordt achtergehouden informatie openbaar gemaakt, waaronder geheime CIA-documenten – vernietigd door de shredder, maar door vlijtige studenten gereconstrueerd. Het zijn fascinerende beelden, maar wat ze met elkaar te maken hebben, is onduidelijk. Het verband moet de toeschouwer zelf maar leggen – het is immers wel beeldende kunst.

Impakt Festival. T/m 1 april in het Centraal Museum Utrecht. Inl: 030-2944493, www.impakt.nl