Iederwijs-ouders vrezen vervolging niet

De Tweede Kamer bindt met een nieuwe Leerplichtwet de strijd aan met slechte particuliere scholen. Maar een aantal eisen botst met de vrijheid van onderwijs, zeggen advocaten.

Wie bepaalt of een school een school is?

De Tweede Kamer wil dat de Leerplichtwet wordt aangescherpt. Particuliere scholen moeten dan aan strengere eisen voldoen dan nu het geval is. Als een school dat nalaat, kan de Inspectie van het Onderwijs besluiten dat een school geen school meer is in de zin van de Leerplichtwet. Als ouders hun kind na zo’n besluit alsnog naar die school sturen, kan justitie hen vervolgen wegens ontduiking van de Leerplichtwet.

Dat kan niet, vindt Iederwijs Nederland. Volgens deze stichting van particuliere scholen waar scholieren zelf mogen zeggen wat en hoe ze willen leren, kan niemand besluiten dat een school geen school meer is. Dat zou in strijd zijn met de vrijheid van onderwijs, die geregeld is in artikel 23 van de Grondwet. Miriam Schreurs van Iederwijs Nederland: „Om die reden zijn we benieuwd hoe een rechter de eventuele vervolging van ouders gaat beoordelen.”

De Tweede Kamer schaarde zich eergisteren in meerderheid achter de aanpassing van de Leerplichtwet. Door ouders te vervolgen, zouden ouders niet meer in staat zijn een slechte school te financieren. Als gevolg daarvan zou zo’n school de deuren moeten sluiten.

De wetsaanpassing is juridisch omstreden. In de vernieuwde Leerplichtwet staat preciezer dan in de huidige wet dat particuliere scholen aan bepaalde eisen moeten voldoen. Zo moeten scholen een aantal vakken – zoals taal, rekenen en wiskunde – verplicht onderwijzen. Ook moeten scholen een schoolplan en een zorgstructuur voor zieke kinderen hebben en moeten ze ervoor zorgen dat kinderen aan het eind van hun schoolcarrière een aantal kerndoelen beheersen. Ze moeten kunnen lezen, schrijven en met breuken kunnen rekenen.

Bovendien moeten scholen voldoen aan een aantal immateriële eisen. Zo bepaalt de wet dat het onderwijs ervan uitgaat „dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving” en dat het gericht is op „het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie”.

Die immateriële bepalingen zijn mogelijk in strijd met de „pedagogische autonomie” van een particuliere school, zegt onderwijsadvocaat Wilco Brussee. „De staat mag iets zeggen over de inrichting van het onderwijs, maar niet over de wijze waarop de school het onderwijs vorm geeft. Dat doen deze bepalingen wel. Daarmee schend je de vrijheid van onderwijs.” Brussee wijst er op dat de Nederlandse rechter geen wetten mag toetsen aan de Grondwet, waarin de vrijheid van onderwijs is geregeld, maar wel aan internationale verdragen. „Als de Inspectie van het Onderwijs een school de status van school wil ontnemen wegens overtreding van een van de immateriële bepalingen in de Leerplichtwet, en de school dus feitelijk zou willen sluiten, dan zou het een ouder wel lukken om juridisch gelijk te halen.”

Nog een stap verder gaat Peggy Lesquillier, eveneens onderwijsadvocaat. „De aanpassing van de Leerplichtwet is in strijd met de Grondwet. De Inspectie is helemaal niet bevoegd om te zeggen of een school wel een school is. Niemand is daartoe bevoegd. Scholen mogen zichzelf een school noemen, conform de vrijheid van onderwijs.” Volgens Lesquillier kan de overheid zelfs geen kerndoelen opleggen aan een particuliere school.

Brussee is iets terughoudender. Het is logisch, zegt hij, dat de Inspectie een rol speelt bij de beoordeling van een school. „Het gaat om de kwaliteit van een school. Ouders mogen weliswaar naar eigen inzicht een school stichten, maar ook nu moeten ze al aan een aantal overheidseisen voldoen.” De nieuwe wet, zegt Brussee, is eigenlijk alleen een aanscherping van de huidige situatie. Volgens staatssecretaris Dijksma (Onderwijs, PvdA), die de aanpassing van de Leerplichtwet verdedigde in de Tweede Kamer, is de vernieuwde wet nodig om de Inspectie meer mogelijkheden te geven om een slechte school aan te pakken.

Vicky van den Bercken, moeder van twee kinderen van Iederwijs-school Hakuna Matata in het Limburgse Horst, noemt het „redelijk heftig” dat justitie mogelijk overgaat tot vervolging van ouders. „Als onze school geen school meer zou zijn, zou ik mijn kinderen niet zomaar naar een andere school sturen. Ik zou vechten voor Iederwijs.”

Advocate Lesquillier zegt dat de politiek bezig is met een „heksenjacht” tegen particulier onderwijs. Van den Bercken is het daarmee eens. „Politici moeten zich eens verdiepen in Iederwijs. Mijn kinderen leren van nature. Je moet vertrouwen in kinderen hebben dat het goed komt.”