‘Golden Flower’ sterft in schoonheid

‘House of Flying Daggers’ kreeg een staande ovatie tijdens de vertoning, na een esthetisch verbluffende scène.

Esthetiek om de esthetiek ligt bij Zhang altijd op de loer.

In 1817 bezocht de Franse schrijver Stendhal Florence. Daar greep de schoonheid van de stad en de vele kunstwerken hem zozeer aan, dat hij onwel werd. Die aandoening heet sindsdien het Stendhal-syndroom en mensen die er gevoelig voor zijn, moeten misschien worden gewaarschuwd voor zij naar The Curse of the Golden Flower gaan, van de Chinese regisseur Zhang Yimou.

Toen Zhangs House of Flying Daggers in 2004 voor het eerst werd vertoond op het festival van Venetië, gaf het publiek een ovatie tijdens de film, na een esthetisch verbluffende dans/ vechtscène. Esthetiek om de esthetiek heeft altijd op de loer gelegen in Zhangs oeuvre (Het rode korenveld, Ju-dou, Raise the Red Lantern, Shanghai Triad, Hero), maar in zijn beste films stond zij altijd in dienst van iets scherpers, ontroerenders of dwingenders. In The Curse of the Golden Flower is het moeilijk achter de schoonheid nog iets anders te zien. Het esthetisch cholesterolgehalte is hier wel heel hoog geworden.

We schrijven de tiende eeuw van onze jaartelling als het keizerlijk paleis van China zich opmaakt voor het jaarlijkse chrysantenfeest. Op de dag van het feest zijn hemel en aarde en mens het meest in harmonie en dat wordt spectaculair gevierd. Tientallen dienaren in blauwe buizen bedekken de binnenplaats van het paleis met duizenden goudgele chrysanten.

Maar van harmonie is geen sprake. Het paleis en meer in het bijzonder het keizerlijk gezin, worden verscheurd door intriges. Waarom probeert de keizer (Chow Yun-Fat) zijn tweede vrouw (Gong Li) te vergiftigen met Perzische zwarte schimmel? Waarom heeft zij een verhouding met haar stiefzoon? Aan wie zijn de zonen uiteindelijk loyaal?

The Curse of the Golden Flower is Shakespeare in Peking en Chinese opera tegelijk. De meeste aandacht in deze productie lijkt te zijn uitgegaan naar de decors waartegen dit alles zich afspeelt.

Het paleis wordt in beklemmende shots neergezet als een nest van zuurstokkleurige zuilen, met bamboe rolgordijnen afgesloten vertrekken en bonte gangen, waar niemands aanwezigheid onopgemerkt blijft. Hovelingen zijn voortdurend, zichtbaar en onzichtbaar, aanwezig en geen geheim is veilig. Als een rode draad loopt door film en paleis een groepje hovelingen dat het uur van slang of rat of aap aangeeft en daarbij allerlei wijsheden uitkraamt.

Het lijkt met een zekere vermoeidheid dat Zhang in de film nog wat scènes met martial arts heeft weten te vullen. En de gigantische strijd in de apotheose wordt van zo veraf gevolgd, dat we geen mensen meer kunnen onderscheiden.

The Curse of the Golden Flower sterft in schoonheid.

The Curse of the Golden Flower (Man cheng jin dai huang jin jia).

Regie: Zhang Yimou. Met: Gong Li, Chow Yun-Fat, Chou Jay, Liu Ye, Li Man. In: 12 bioscopen.