Geen genealogie van een idealist in ‘Salvador’

Salvador. Regie: Manuel Huerga. Met: Daniel Brühl, Tristán Ulloa, Leonardo Sbaraglia, Joel Joan, Leonor Watling. In: 5 bioscopen.

Films als Salvador zijn de geschiedenisboeken van de toekomst. Zoals in dit geval over het leven van Salvador Puig Antich (1948-1974), een linkse student die in opstand kwam tegen het regime van generaal Franco in Spanje en een van de laatste was die door Franco’s geheime politie aan de ‘garrote’ (een soort wurgpaal) werd geëxecuteerd.

Het is een wat bizarre claim to fame. Geïnspireerd door de Franse studentenopstanden richten Salvador en zijn maten de Movimiento Ibérico de Liberación op. Aanvankelijk zijn ze een soort rebellenclub, waarbij je je afvraagt of de kick die ze krijgen van het overvallen van banken ondergeschikt is aan de nobele doelen die ze daarmee hopen te financieren. Over deze wonderlijke synergie tussen misdaad en activisme in Italië werd twee jaar geleden het een stuk fascinerender Romanzo criminale gemaakt.

Hoofdrolspeler Daniel Brühl is natuurlijk bekend als een van de nieuwe gezichten van de Duitse film. Het wekt even bevreemding om hem vloeiend Spaans te horen spreken. Maar niet als we ons realiseren dat de acteur in 1978 uit een Spaanse moeder en een Duitse vader geboren is (met in zijn paspoort de naam: Daniel César Martín Brühl González Domingo) en tweetalig opgevoed. In Salvador geen waarom en hoe, geen genealogie van een idealist, geen inzicht zelfs in het leven van dit individu. Alleen een eindeloze flashback die lang intrigeert, omdat dit een duistere periode uit de geschiedenis is. En omdat we altijd blijven hopen dat we door het kijken naar helden ook een beetje deelgenoot van hun heldendom mogen worden. Maar dat blijft net zo bleek als het palet waarmee voormalig tv-regisseur Manuel Huerga zijn relaas vertelt.