Chinezen blijven op ‘de bajesboot’

Vroeger zaten illegalen maximaal zes maanden in de gevangenis.

Dat wordt steeds langer, soms meer dan een jaar.

Drie Chinese mannen zitten in een klein kamertje en kijken geconcentreerd naar het telefoontoestel op tafel. Uit de speaker klinkt Mandarijn Chinees van een tolk. De mannen hebben net via de tolk hun advocaat, die ook in het kamertje zit, gevraagd wanneer ze eindelijk vrijkomen. Ze houden het niet meer uit op de ‘bajesboot’ in Rotterdam, een doolhof van smalle gangen, vele verdiepingen en kleine cellen. De tolk vertaalt het antwoord van advocaat Derk van den Elzen. „Ik weet het niet”, zegt die. „Ik hoop heel snel.”

Een van de mannen zit negen maanden vast op de bajesboot, de tweede zes maanden, de derde een paar weken. Ze zijn alle drie illegaal in Nederland en moeten terug naar China. Daar willen ze aan meewerken, zeggen ze zelf. Eén probleem: China verstrekt geen uitreispapieren.

Asieladvocaten kennen het probleem. Verschillende landen doen geen enkele moeite onderdanen die hun thuisland hebben verlaten, te helpen bij terugkeer. China bijvoorbeeld. Maar ook India, Pakistan, Algerije en Marokko verstrekken vaak geen papieren. Ook statenloze Palestijnen kunnen nauwelijks aan uitreisdocumenten komen. Als opgepakte illegalen of uitgeprocedeerde asielzoekers worden vastgezet in afwachting van hun uitzetting, kan de detentie vele maanden duren.

Cijfers over hoe vaak vreemdelingen uit een bepaald land een aanvraag indienen voor een laissez passer bij de ambassade van het land van herkomst en hoe vaak dat verstrekt, dan wel geweigerd wordt, kan de immigratie- en naturalisatiedienst (IND) niet geven, zegt een woordvoerder. „Geen enkel land weigert structureel een laissez passer af te geven. Als de vreemdeling onjuiste of niet volledige gegevens levert, zal het land van herkomst natuurlijk weigeren documenten af te geven. Bovendien is het lastig tellen omdat ook de vreemdelingenpolitie en de marechaussee aanvragen voor een laissez passer indienen.”

Maar de Rotterdamse advocaat Derk van den Elzen van Koevoets Advocaten wilde toch cijfers en vroeg de rechter van de Rotterdamse Vreemdelingenkamer op 25 januari de IND de opdracht te geven de cijfers over China openbaar te maken. Van den Elzen en zijn collega stonden toen ongeveer zeventig Chinese cliënten in vreemdelingenbewaring bij. De cliënten deden volgens de advocaten veel moeite om bij hun ambassade aan te tonen wie ze waren. Maar niemand kreeg papieren.

De Rotterdamse rechter stemde in met het verzoek en vroeg de IND met cijfers te komen. Uit de cijfers die de IND de rechter vorige maand overlegde, blijkt dat in 2006 1.304 keer aan de Chinese autoriteiten een laissez passer is gevraagd. In 37 gevallen werd die verstrekt. In 2005 waren dat er nog 300. De rechter schreef daarop in zijn vonnis dat „uit de verstrekte cijfers blijkt dat de medewerking van de Chinese autoriteiten uiterst marginaal is”. Vooral, zo schrijft de rechter in zijn vonnis, omdat er waarschijnlijk ook nog honderden aanvragen voor uitreispapieren uit 2005 op de stapel lagen. De kans op uitreispapieren voor illegale en uitgeprocedeerde Chinezen is dus „nagenoeg nihil”. Daarnaast, stelt de rechter, is het onduidelijk in welke gevallen de laissez passer is verstrekt. „Het is mogelijk dat enkel in die gevallen waar een verlopen reisdocument aanwezig is, een vervangend reisdocument is verstrekt.”

De IND bracht daar tegenin dat de aanvragen voor uitreispapieren lang niet altijd correct zijn ingevuld. „Dat is het standaardverweer”, zegt Van den Elzen. „Ik ken tal van gevallen waarbij de aanvraag correct en volledig is ingevuld en er toch geen reactie komt van het desbetreffende land.” De Vereniging van Asieladvocaten en -juristen (VAJN) onderschrijft dat. „Er zit bij de het invullen van de papieren ook altijd een Chinese meneer of mevrouw om te checken of er geen onzin ingevuld wordt”, zegt voorzitter Loes Vellenga. „Maar als iemand uit een klein dorp komt, zonder straatnamen, is die persoon niet traceerbaar en krijgt hij geen documenten.”

Met IND-cijfers uit het vonnis van de Rotterdamse rechter kreeg Van den Elzen ook andere Chinese cliënten vrij. De rechters in Dordrecht, Rotterdam, Maastricht en Den Bosch hebben inmiddels op basis van de nieuwe cijfers geoordeeld dat het langdurig vastzetten van Chinezen weinig zin heeft.

De drie Chinese mannen op de bajesboot zitten met een vierde man opgesloten in een kamertje van drie bij vier meter. In de cel is een televisie, maar ze kunnen niet verstaan wat er gezegd wordt. In de cellen krijgen ze broodmaaltijden en magnetronmaaltijden die ze zelf kunnen opwarmen. De bajesboot is niet ingericht op langdurig verblijf, er is nauwelijks mogelijkheid tot recreatie. Twee keer per dag mogen de gedetineerden een uur luchten in een grote kooi. De hele dag lopen veertig tot vijftig mannen rondjes, tot ze na een uur worden afgewisseld door een nieuwe groep.

„Criminelen worden een stuk beter behandeld dan illegale vreemdelingen”, zegt Loes Vellenga. „Vreemdelingen hebben geen privacy, geen arbeid, nauwelijks recreatie. Als we criminelen zo zouden opsluiten, zou iedereen roepen dat dat echt niet kan.”

De wet stelt geen maximum aan de detentieduur van uitgeprocedeerde asielzoekers, zegt Anton van Kalmthout, hoogleraar straf- en migratierecht in Tilburg die onderzoek doet naar vreemdelingendetentie. „Aanvankelijk werd zes maanden als maximum beschouwd, maar de afgelopen jaren is dat steeds verder opgerekt.”

De rechtbank in Den Haag bepaalde eind vorig jaar in een kort geding dat het verblijf op de boten, gezien de omstandigheden, maximaal zes maanden mag duren. De Nederlandse staat tekende hiertegen hoger beroep aan. Het Hof zal eind volgende maand uitspraak doen.

De behandeling van illegale vreemdelingen past in het beleid van ontmoediging, zegt Van Kalmthout. „Laat ze maar gewoon zitten, dan gaan ze vanzelf terug, is het idee.”

Vreemdelingenbewaring, zegt van Kalmthout, zou een uiterst middel moeten zijn, als minder ingrijpende alternatieven zijn uitgeput. „Zó staat het in de wet.” Een alternatief kan bijvoorbeeld een dagelijkse of wekelijkse meldplicht zijn. „Als de vreemdeling zich daaraan onttrekt, dán wordt hij vastgezet. Dan heb je ook die 3.000 cellen niet nodig.”