Borodina perfect als Dalila

Concert: Samson et Dalila van Camille Saint-Saëns door De Koninklijke Muntschouwburg o.l.v. Kazushi Ono, m.m.v. Olga Borodina, Carl Tanner e.a. Gehoord: 27/3 Concertgebouw, Amsterdam.

De Russische stermezzo Olga Borodina (43) besloot vorig jaar een liedrecital in het Amsterdamse Concertgebouw niet voor niets met de aria Mon coeur s’ouvre a ta voix uit Saint-Saëns’ opera Samson et Dalila. Ze liet haar stem daarin nog virtuozer dansen dan de noten eisen, want voor Borodina is de rol van Dalila vocaal droomrepertoire – perfect op de maten van haar lyrisch-lage mezzo toegesneden.

Ingebed tussen vele Matthäus- en Johannes Passionen is het verhaal van Samson en de Filistijnen dezer dagen een welkome afwisseling – al hoor je vanaf de eerste onheilspellend steunende zuchten in de contrabassen dat ook deze geschiedenis niet goed afloopt.

Samson et Dalila is Saint-Saëns’ sterkste opera; een publiekslieveling die van de eerste tot de laatste noot kan betoveren en meeslepen. Maar de bezetting is geen sinecure. Alleen al de twee titelrollen zijn even essentieel als moeilijk te vervullen. Toch mocht daarover in de concertante uitvoering door koor en orkest van de Brusselse Muntopera niet worden geklaagd. De Amerikaanse tenor Carl Tanner (Samson) maakte met zijn timide timbre weliswaar vooral de kwetsbare, voor Dalila smeltende kant van Samson aannemelijk, maar één knallend forte realiseerde hij toch – en wel waar Samson de pilaren van de tempel opzij drukt en zo de Filistijnen naar de filistijnen helpt.

Weinig tenoren (Placido Domingo uitgezonderd) zullen echt overeind blijven naast de oerkrachten van Borodina. Dat zij Samson met charme te gronde richt, aangevuurd door de Hogepriester (de charismatisch zingende Jean-Philippe Lafont), is vocaal beredeneerd niet meer dan redelijk. En hoewel haar geluid dinsdag even moest warmdraaien, waren opnieuw juist haar grote aria’s (Printemps, qui commence en Mon coeur s’ouvre a ta voix) de hoogtepunten.