Blind voor knipperlicht

Knipperlicht verhoogt de veiligheid van de fietser overdag, blijkt uit Deens onderzoek. De Denen pasten daarop hun wetgeving aan, gevolgd door de Belgen. De Nederlandse wetgever verzet zich.

‘Zorg dat u opvalt in het verkeer en gebruik uw licht!’ De politie waarschuwt ieder jaar weer de fietser. In Nederland vallen bijna 7.000 gewonden en 165 doden onder deze groep verkeersdeelnemers. Aantallen die omlaag kunnen, als we Deens onderzoek uit 2005 mogen geloven.

Nadat begin jaren negentig alle gemotoriseerde weggebruikers in Denemarken werden verplicht overdag met licht te rijden, daalde het aantal auto-ongelukken. De vraag was of dit ook het geval zou zijn wanneer fietsers overdag licht aan hadden. Om dit te onderzoeken werd in Odense een jaar lang een groep van 4.000 fietsers gevolgd. De ene helft kreeg een knipperlicht van Reelight, de andere niet. Reelight bestaat uit een wit en een rood ledje en twee magneten per wiel. De omwenteling van het wiel wekt een inductiestroompje op dat het ledje laat flikkeren.

„We hadden niet verwacht dat het verschil zo groot zou zijn”, zegt professor Harry Lahrmann van de Aalborg Universiteit. De Reelight-rijders telden 30 procent minder ongelukken dan de controlegroep (109 tegen 168). De ongelukken namen vooral overdag af, aldus Lahrmann, hoofd van de studiegroep wetenschappelijk verkeersonderzoek. Na dit onderzoek werd de Deense wetgeving veranderd en het knipperende voorlicht toegestaan. Knipperende achterlichten mochten al.

Artikel 5.9.29 van het Nederlandse voertuigreglement verbiedt een knipperende verlichting. In een eerste reactie laat het ministerie weten dat de ambtenaar verantwoordelijk voor dit deel van het reglement waarschijnlijk allang is overleden. In tweede instantie laat het weten dat knipperlichten zijn voorbehouden aan ‘bijzondere gedragingen in het verkeer’. We moeten denken aan ambulances en politieauto’s in grote haast. Die voeren echter niet het bescheiden geflikker van een Reelightje op hun dak.

België heeft losse lichten, ledlichtjes en knipperlichten op de fiets sinds vorig jaar mei toegestaan. De Belgische regelgeving volstaat met de formulering dat een fiets ‘twee goed functionerende lichten’ moet hebben: ‘vooraan wit of geel’ en ‘achteraan rood’. De Vlaamse fietsersbond is tevreden met deze wijziging, met name ten aanzien van het knipperlichtaspect. Woordvoerder Patrick D’haese: „De gemotoriseerde weggebruikers en hun belangenorganisaties beweren stellig dat zij fietsers met knipperende fietsverlichting sneller opmerken dan fietsers met fietsverlichting die niet knippert.”

„We spelen in op de moderne evolutie”, zegt woordvoerder van het Belgische ministerie voor Mobiliteit Els Bruggeman. Voor antwoord op de vraag waarom het knipperen is toegestaan, verwijst zij naar het Belgische Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV). De BIVV-woordvoerder: „Op basis van literatuurstudie hebben we geconcludeerd dat knipperlicht niet afdoet aan de veiligheid, integendeel, de attentiewaarde in het verkeer is hoger.”

Hebben de Belgen en de Denen de ‘moderne evolutie’ omarmd, in Nederland moet de fietser van de overheid én van belangengroepen voor zijn zichtbaarheid grotendeels afhankelijk blijven van het traditionele geheel van koplamp, bedrading, dynamo en achterlicht. Een zeer onvolmaakt systeem waarvan bij regen de dynamo over de fietsband slipt, de bedrading makkelijk loslaat en de lampjes gauw stukgaan.

Nog obsoleter dan het dynamosysteem is de wetgeving die fietsverlichting regelt. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat is zich hiervan bewust en zegt bezig te zijn met een algehele herziening van het Voertuigreglement van 1994. Ook de regelgeving over fietsverlichting zal worden gemoderniseerd. Volgens het ministerie zullen ‘verouderde technische eisen’ worden vervangen door ‘functionele eisen’. „Hierdoor wordt het mogelijk verlichting te monteren waarbij gebruikgemaakt wordt van batterijen, ledlampjes etcetera. Dit geeft de fietsverlichtingsindustrie volledig de vrijheid om de meest geavanceerde techniek in hun producten te gaan verwerken”, aldus het ministerie op zijn website.

Waarom is dit moeilijk te geloven?

Bezie alleen al de discussie over de vraag of de fietser een lichtje aan de arm mag meevoeren of dat het moet het vastzitten aan het frame. Begin dit jaar liet de Amsterdamse politie weten dat zij fietsers die een los lampje op hun jas of tas dragen, niet bekeurt als het licht maar goed zichtbaar is. Daarmee riep zij op tot ontduiking van de Voertuigenwet, die bepaalt dat de fietslamp aan de fiets moet vastzitten.

De politie hamert op zichtbaarheid in het verkeer. Maar heeft het ministerie ooit laten onderzoeken of een fietser met knipperlicht beter zichtbaar is dan één met gewoon licht? „Nee”, zegt een woordvoerder, „want knipperlicht is verboden.”Bij TNO is geen onderzoek bekend naar het verschil in zichtbaarheid tussen knipper- en aanhoudend licht. Volgens een medewerker zal een flitsende verlichting vooral in ‘de perifere waarneming’ opvallen. „Vanuit je ooghoeken”, verduidelijkt ze.

Volgens internetdatabank Wikipedia onderschatten verkeersdeelnemers hun afstand tot een knipperlicht. Ernstiger is dat dronken rijders aangetrokken worden tot een knipperlicht. Ook is er bewijs dat zo’n licht ‘moeilijker te plaatsen’ is. Wel zou knipperlicht tussen drie en vijf keer zo zichtbaar zijn als a steady light of equivalent brightness. Daarom is de Nederlandse fietsbond tegen knipperlicht op de fiets.

Hoe kan een belangenvertegenwoordiger van fietsers nu tegen verbetering van de veiligheid van de fietser zijn?

Theo Zeegers van de Nederlandse fietsersbond: „Zichtbaarheid is een relatief begrip. Als je in het verkeer beter zichtbaar bent met knipperlicht dan met gewoon licht, dan dupeer je dus fietsers die geen knipperlicht hebben. En omdat we niet geloven dat ooit iedereen overgaat op knipperlicht, zijn we tegen de mogelijkheid knipperlicht toe te staan.”