Batsheva ontstijgt het aardse

Dans: Batsheva Dance Company: Three. Gezien 27/3 Muziektheater Amsterdam, alwaar nog vanavond. Info: (020)6255455 of gastprogrammering.nl

En weer bewijst hij het: choreograaf Ohad Naharin (1952) is een van de weinige echt groten van de dans. Simpeler dan zijn werk Three uit 2005, te zien in het Amsterdamse Muziektheater, kan het niet worden, want hij doet niet meer dan zijn zeventien dansers laten bewegen op muziek. Niet spectaculair balletesk bewegen of virtuoos ingewikkeld, nee, de Israëliër en zijn gezelschap Batsheva Dance Company houden het aards en soms koddig. Maar schijn bedriegt, want alle simpelheid zit geraffineerd in elkaar.

Three bestaat uit drie delen waarvan het eerste deel Bellus is gezet op Bachs Goldbergvariaties, gespeeld door pianist Glenn Gould. Zo lucide als aanslagen van Gould komt Naharin met ritmische aaneengeregen poses die even terloops als aards zijn. Soms in een duet, dan weer in een synchroon gedanst groepsstuk. En tussen al die afgebakende noten en bewegingen, ligt dat mysterie, die bijna onbenoembare energie die al het aardse ontstijgt. In het introverte, meditatieve tweede deel, Humus geven de dames in allerlei formaties vorm aan de lange tonen van avant garde popmusicus Brian Eno.

Ohad Naharin is echter ook een geestverwant van Jiri Kylián – hij is dan ook regelmatig gastchoreograaf bij het Nederlands Dans Theater- en dus zit er her en der een theatrale knipoog tussen al die pure dansvorm. In deel drie Secus delen de zeventien dansers zich op in drie rijen en doen ze om de beurt een gek kunstje. De gesamplede discobeats met flarden Beach Boys worden ingevuld met een radslag gevolgd door een spagaat, een voor dood neervallende danser, of dansers die hun broek naar beneden doen.

Niet alleen in zijn veel theatrale stukken die hij de afgelopen jaren in het Muziektheater liet zien, is Ohad Naharin een geweldenaar, juist als het om subtiliteit gaat, toont hij zich een meester. Three is grote kunst.