Anche Libero va bene

Anche libero va bene staat in de traditie van de films van John Cassavetes en Maurice Pialat. Zij portretteerden mensen van vlees en bloed – met veel aandacht voor hun feilen – bij wie de emoties soms hoog oplopen. Ze worden in een eenvoudige, registrerende stijl gevolgd. In dit zeer verdienstelijke debuut van acteur Kim Rossi Stuart leidt het tot een mooi geobserveerd drama over de terugkeer van een moeder en echtgenote. De scène waarin de moeder terugkomt, is een van de hoogtepunten van de film en laat goed zien welke stilistische keuzes de Italiaanse acteur Kim Rossi Stuart in zijn regiedebuut maakt. Het eerste shot dat we te zien krijgen nadat Renato (de vader gespeeld door Rossi Stuart zelf) de deur heeft geopend en een zenuwachtige Stefania (de moeder) vragend de gang inkijkt, is de blik van de elfjarige zoon Tommi. Die is niet zo heel blij met haar terugkomst. Zijn zusje vliegt de moeder meteen in de armen.

De licht ontvlambare Renato wil zijn ex-vrouw weer op straat gooien. Zij is ‘haar poesje achterna gegaan’, vangt de jonge Tommi op. Uiteindelijk mag ze even binnenkomen. Er wordt gepraat, geknuffeld en geruzied aan de keukentafel. Maar het cruciale moment waarin Renato met de hand over zijn hart strijkt en besluit dat ze mag blijven, laat Rossi Stuart weg. Die conclusie mogen we zelf trekken.

De regie kiest consequent voor het gezichtspunt van Tommi. Bij alles wat er gebeurt, volgt er een shot van hem en kunnen we van het gezicht van dit puberende, verlegen jongetje lezen wat hij voelt. Rossi Stuart heeft Alessandro Morace (Tommi) tot bewonderenswaardig naturel spel weten te verleiden. Hij speelt een scala aan emoties: onzekerheid, schuchtere verliefdheid op een klasgenootje, tederheid, gemeenheid, bewondering voor zijn vader, maar soms ook onvrede over de grilligheid van zijn vaders gedrag.

Regie: Kim Rossi Stuart. Met: Alessandro Morace, Marta Nobili, Kim Rossi Stuart, Barbora Bobulova. In: 11 bioscopen.