Alle opties openhouden

ABN Amro is niet de enige die een (boedel)scheiding lastig vindt. Zeker, de bank heeft de voorstellen van hedgefonds TCI (The Children’s Investment Fund) voor een opsplitsing op de agenda van haar jaarvergadering gezet. ABN Amro had zich daar onderuit kunnen wurmen door te betogen dat die voorstellen niet in haar belang zijn. Maar de bank heeft haar aandeelhouders wel opgeroepen tegen te stemmen.

Dat is geen onredelijk standpunt. Een opsplitsing zou lucratief kunnen zijn. ABN Amro zou goede prijzen kunnen verwezenlijken voor haar bezittingen in Brazilië en Azië of voor de Amerikaanse bank LaSalle, waar Bank of America belangstelling voor zegt te hebben. Maar de bank zou waarschijnlijk blijven zitten met een moeilijk te verkopen rompbedrijf, waartoe activiteiten behoren als zakenbankieren. Het verzilveren van de kroonjuwelen zou niet alleen de volle omvang van de problemen bij de rest van ABN Amro aan het licht kunnen brengen, maar ook voor een hoge belastingaanslag kunnen zorgen.

Dan is er nog het risico dat de toegevoegde waarde in rook opgaat, als bij een splitsing synergievoordelen verloren gaan.

Maar dat ABN Amro over gedegen argumenten beschikt om zich tegen een opsplitsing te verzetten, betekent nog niet dat er geen enkele andere optie is dan het nastreven van een vriendschappelijke overname door Barclays. De bank kan het rechtvaardigen om zichzelf te verkopen voor iets minder dan de opgetelde waarde van haar onderdelen, door Keefe, Bruyette & Woods op 35 euro per aandeel geschat. Maar als er te veel waarde op tafel blijft liggen, worden de aandeelhouders tekortgedaan.

Het verhaal zou kunnen luiden dat ABN Amro al met iedereen heeft gepraat en dat Barclays de enige serieuze bieder is. Maar zelfs als andere banken in het verleden niet geïnteresseerd waren, kunnen ze dat nu wel zijn geworden omdat Barclays inmiddels heeft toegeslagen. Royal Bank of Scotland heeft van haar belangstelling blijk gegeven. Bij Citigroup lijkt zich een intern debat af te spelen over de mogelijke verdiensten van het uitbrengen van een bod. Het aangaan van exclusieve onderhandelingen met Barclays was een verstandige methode om een eerste bieder aan de haak te slaan – en Barclays stelde exclusiviteit als voorwaarde voor de besprekingen. Maar dat zou niet mogen betekenen dat een overname door Barclays nu al een uitgemaakte zaak is.

Door een opsplitsing uit te sluiten heeft Groenink zichzelf een onderhandelingstroef ontnomen. Het uitsluiten van concurrerende biedingen zou hem van een nog waardevollere troef beroven.

Mike Verdin

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld