All my sons

Eerst is het oorlogstijd. Daarna is er vrede. Maar die vrede is een illusie en de oorlog woedt altijd verder: in het gezin van de Amerikaanse fabrikant Joe Keller breekt de Tweede Wereldoorlog pas echt los na 1945. Met het toneelstuk All My Sons (1947) klaagt Arthur Miller de oorlog als immoreel en vooral geldverslindend instituut aan.

De Roovers noemt zich een ‘spelersgroep’ die werkt met losse regisseurs. Stef Stessel heeft niet alle tekortkomingen van All My Sons kunnen camoufleren, maar met enkele sterke acteurs een ingenieuze voorstelling gemaakt. Stoelen en een glazen tuinraam waarachter langzaam een bloesemboom te voorschijn komt, overheersen het toneelbeeld. Joe Keller en zijn kompaan leverden in de oorlog defecte cilinders voor jachtvliegtuigen. Meer dan twintig piloten stortten neer. Maar van schuld is geen sprake. De rechtbank heeft de machtige Joe immers vrijgesproken en al zit zijn ex-kompaan in de gevangenis, Joe is vrij. Maar dan: een van zijn beide zoons, Larry, is omgekomen in de oorlog. Diens geliefde bezoekt het huis om broer Chris te trouwen. Scène na scène onthullen de spelers het familiegeheim. Grote thema’s, heftige gevoelens. Het knappe is dat De Roovers met strakke hand de toeschouwer getuige maken van een tragedie. Hun speelstijl is helder, emotioneel en op de juiste momenten licht.

3 april Toneelschuur, Haarlem. Inl 023-5173910 of deroovers.be.