Zwijgprotest verdachten in zaak-Endstra

De drie verdachten van de moord op vastgoedhandelaar Willem Endstra maken bezwaar tegen de isolatie waarin zij zitten sinds hun arrestatie in december. Zij weigeren nog langer verklaringen af te leggen.

Dat bleek gisteren tijdens een zogeheten regiezitting in het proces tegen de verdachten van de moord op Endstra.

Justitie kwam op het spoor van de drie mannen toen na de liquidatie van Endstra in 2004 een gestolen Mercedes-bus werd gevonden. De verdachten, de 32-jarige Cleon D., de 22-jarige Turk Ali N. en zijn 27-jarige landgenoot Ozgur C., werden vorig jaar december aangehouden in Nederland en Duitsland.

De drie mannen hebben sinds die tijd geen contact meer gehad met de buitenwereld. Volgens advocaat Nico Meijering, die Ozgur C. bijstaat, kent zijn cliënt door de isolatie het verschil tussen dag en nacht niet meer. „Op mijn advies weigert hij nog langer mee te werken aan het onderzoek.”

Tijdens de zitting bij de Amsterdamse rechtbank werd gisteren geen bewijs gepresenteerd dat de verdachten linkt aan Willem Holleeder, die wordt verdacht van de afpersing van Endstra. Maandag begint de rechtszaak tegen de Heinekenontvoerder.

Het onderzoek is nog in volle gang en zal nog geruime tijd in beslag nemen, zo verwacht justitie. De drie verdachten zitten nog altijd in beperking. Dat wil zeggen dat zij, behoudens gesprekken met hun advocaat, geen contact met de buitenwereld mogen hebben. De advocaten krijgen wegens het onderzoeksbelang bovendien nauwelijks dossierstukken.

Uit het gepresenteerde bewijsmateriaal blijkt dat de verdachten zijn geïdentificeerd op basis van vingerafdrukken en andere sporen die zijn gevonden in de Mercedes-bus. In een Alfa Romeo werd het moordwapen gevonden waarmee Endstra is doodgeschoten. Via andere sporen kon deze auto worden gekoppeld aan de Mercedes. Cleon D. werd al sinds de zomer van 2005 geobserveerd en zou bevriend zijn met de dochter van een vermoorde crimineel.