Werkgevers: grenzen Oost-Europa snel open

De grenzen moeten zo snel mogelijk volledig opengesteld worden voor werknemers uit Oost-Europa. Dat zegt voorzitter Bernard Wientjes van werkgeversorganisatie VNO-NCW in reactie op een brief van de vier grote steden aan de Tweede Kamer. Die willen wachten met het openstellen van de grenzen.

Wientjes vindt dat de steden, die de brief op 13 maart hebben verstuurd, veel te laat komen met hun bezwaren. Sinds de toetreding in 2004 van de tien nieuwe lidstaten tot de Europese Unie wordt gesproken over de vrije toegang van hun werknemers tot de Nederlandse arbeidsmarkt.

Er is in de grote steden onvoldoende huisvesting beschikbaar voor buitenlandse werknemers, schrijft de Haagse wethouder van Bouwen en Wonen Marnix Norder, die de brief heeft opgesteld. Nu komen zij volgens Norder terecht in het „malafide circuit van illegale kamerverhuur en huisjesmelkerij”.

Volgens de steden is het onverantwoordelijk om voor deze werknemers geen tewerkstellingsvergunning meer te eisen. Zolang werkgevers die nog moeten aanvragen, zijn zij verplicht te zorgen voor huisvesting. Ook wordt geregistreerd waar de werknemers gaan wonen, zodat het Centrum voor Werk en Inkomen of de gemeente de huisvesting kan controleren.

Volgens Wientjes staat het probleem van de huisvesting los van de komst van de Oost-Europese werknemers. „Er kunnen morgen Italianen komen, Spanjaarden, mensen uit alle landen van de Europese Unie. Die hebben het recht hier te werken. We hebben ze hard nodig, met de tekorten op de arbeidsmarkt. Natuurlijk moeten we zorgen voor woonruimte. Dat staat los van het openen van de grenzen. Als er niet voldoende huizen zijn, dan moeten die gebouwd worden.”