Regeling

Gek, vanmorgen kreeg ik opeens veel animo om een enórm slechte column te schrijven. Zo’n column waarin alleen zou staan dat ik geen zin had om mijn nest uit te komen, reden waarom ik er de rest van de dag maar in bleef liggen. En morgen weer zo’n column. Overmorgen ook. De hele volgende week zou ik ermee doorgaan, net zolang tot ik een telefoontje kreeg van de hoofdredactie.

„Het wordt tijd om te praten”, zou een vriendelijke, maar gedecideerde stem zeggen.

„Graag”, zou ik zeggen. „Zullen we maar meteen beginnen? Jullie willen van mij af – en ik van jullie. Dat komt goed uit. De financiële regeling heb ik al rond.”

„Hoeveel gaat het ons ongeveer kosten?”

„Een paar slordige miljoentjes. Peanuts eigenlijk.”

„Zó weinig maar? Dat komt wel goed. Zet het op papier, stuur het ons op en wij zorgen voor de afhandeling met de PCM-top. Die zijn aan heel wat hogere afkoopsommen gewend. Wil je nog een afscheidsdineetje?”

„Natuurlijk. Ik moet nog even uitzoeken wat het duurste restaurant van Nederland is.”

Daarna zou ik me verder verdiepen in de finesses van de vertrekregeling die mijn baas en grote voorbeeld, Philip Alberdingk Thijm, als directeur dagbladen van PCM Uitgevers heeft gekregen. De Volkskrant, die net als NRC Handelsblad tot het PCM-concern behoort, meldde vanmorgen enkele bijzonderheden van die regeling.

Alberdingk Thijm moet na nog geen jaar weg omdat hij ‘niet zou functioneren’. Dat lijkt me overdreven. Ik heb de man wel eens een lange redevoering horen houden, waar iedereen na vijf minuten doorheen begon te praten. Functioneren deed hij dus wel, er wilde alleen niemand naar hem luisteren.

Is het vreemd dat zo’n man een beetje schadeloos wil worden gesteld als ze zo snel weer van hem afwillen? Dus krijgt hij nu twee miljoen euro aan salaris en bonussen mee. Volgens de Volkskrant is hij het er niet mee eens en „beraadt hij zich op zijn positie’’.

Als ik zoiets lees, voel ik meteen een steek van pijn en bezorgdheid. Want waarom laten ‘we’ zo’n man gaan? Dit moet toch een grandioze onderhandelaar zijn? De tegenstander heeft hem naar de rand van het ravijn geduwd, maar hij draait zich om, al met één been in de ijle lucht, en zegt koeltjes: „Zó gemakkelijk komen jullie niet van mij af.”

Zo’n man had toch nog schatten kunnen verdienen voor PCM? Beter gezegd: terugverdienen, want PCM heeft die schatten de afgelopen jaren dankzij een wonderbaarlijke combinatie van roofdierlijke eigenaren en incompetente bestuurderen eendrachtig over de balk gegooid. Dat wil zeggen, ze smeten het geld er overheen om het zelf aan de andere kant weer op te vangen en het in hun eigen zak te steken.

Wat achterblijft is een financiële ruïne. Op het topje daarvan zit ik nu te rekenen. Ik ben alweer aan het negende jaar van deze rubriek bezig. Als Alberdingk Thijm voor een jaartje ‘niet functioneren’ ruim twee miljoen krijgt, wat mag ik dan eisen? Natuurlijk, ik wil het concern niet onnodig pijn doen, ik zou me niet graag een parasiet voelen – maar een half miljoentje voor elk jaar mag ik toch wel rekenen?

Voor het geval u nooit meer van mij hoort: het was me aangenaam.