‘PvdA heeft gezwalkt rondom Wilders’

Zijn eigen partij „zwalkt uit angst voor de kiezers” en racisme „wordt in Europa weggepoetst”. Maar PvdA-senator Van Thijn verheft zijn stem tegen Wilders.

Het gevaar van extreem-rechtse partijen, zegt Eerste Kamerlid Ed van Thijn (PvdA), komt niet zozeer van die partijen zelf. Zulke partijen zullen nooit een meerderheid van de kiezers krijgen. „Veel belangrijker is de vraag hoe andere partijen met extreem-rechts omgaan. Het grote gevaar is dat zij geen antwoord hebben op extreem-rechts, of ermee gaan koketteren.”

Dat, zegt Van Thijn, is met Geert Wilders gebeurd. „Je ziet alle partijen schipperen. We leven in een spindoctorsdemocratie, waar politici bang zijn om tegen de stroom in voor hun mening te staan.” Ook zijn eigen PvdA, zegt hij, maakt zich schuldig aan geschipper. „De partij is in de greep van de angst gekomen. De angst om kiezers van zich te vervreemden.”

Vorige week zou Van Thijn, oud-burgemeester van Amsterdam en voormalig minister, op een bijeenkomst op de Universiteit van Amsterdam spreken over de opkomst van Wilders. Omdat Van Thijn ziek was, zegde hij het debat af. Wel liet hij een verklaring voorlezen, waarin hij Wilders’ kritiek op de dubbele paspoorten van drie PvdA’ers vergeleek met „de hoogtijdagen van het antisemitisme”.

Van Thijn was woedend toen hij zag dat Wilders, fractievoorzitter van de Partij voor de Vrijheid, de afgelopen weken de dubbele nationaliteit van Ahmed Aboutaleb, Nebahat Albayrak en Khadija Arib ter discussie stelde. „Door voortdurend twijfel te zaaien over hun loyaliteit aan Nederland, konden zij zich nauwelijks verweren. Dat was heel vernederend.” Het doet Van Thijn denken aan joodse politici, die in de vorige eeuw „stelselmatig verdacht zijn gemaakt”, zoals de uiteindelijk vermoorde Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Walther Rathenau. „Rathenau werd tot zijn dood voortdurend aangevallen op een vermeende dubbele loyaliteit. Zo is het toen vaker gegaan met joodse politici. Ook zij moesten hun werk doen in een sfeer van verdachtmakingen. Daarom trek ik de parallel tussen de hoogtijdagen van het antisemitisme en de dag van vandaag.”

Inmiddels is een debat ontstaan óver het Wilders-debat. Geert Wilders zei vorige week in een interview met het Nederlands Dagblad dat er „een sfeer van haat en agressie” rondom hem is ontstaan. Het ernstig bedreigde Kamerlid stelde zijn critici medeverantwoordelijk als er iets met hem gebeurt. Links claimt volgens hem of zij alleen weten wat fatsoen is en „zetten mij neer als een racist, als iemand die buiten de wet staat, als de aanvoerder van een fascistische partij, die a-democratisch zou zijn en overeenkomsten vertoont met de nazi’s”.

Dat Wilders linkse intellectuelen er verantwoordelijk voor houdt als er iets ernstigs gebeurt, noemt Van Thijn een „self-fulfilling prophecy”. Hij heeft geworsteld met het dilemma tussen negeren of hard terugslaan – en hij heeft voor het laatste gekozen. „Wilders zoekt de provocatie op, lijkt niets liever te willen dan aangevallen worden. Dan behoud ik mij het recht voor te reageren.”

Van Thijn werkte negen jaar voor het Europees waarnemingscentrum tegen racisme in Wenen. In Europa, zegt hij, is de definitie van racisme „geruisloos verschoven”. „In mijn ogen is die definitie altijd dezelfde gebleven: het stigmatiseren van leden van een bepaalde groep enkel om het feit dat zij deel uitmaken van die groep. Racisme wordt in Europa stelselmatig weggepoetst, verdonkeremaand en vergoelijkt. Ook hier.”

De gevestigde partijen gaan volgens Van Thijn veel te weinig met Wilders in discussie. „De VVD is helemaal met Wilders meegegaan. Het CDA is onzichtbaar. Premier Balkenende was op het moment dat twee leden van het kabinet verdacht gemaakt werden, als moreel leider in geen velden of wegen te bekennen. Hij is de premier die altijd praat over fatsoen.”

En de PvdA weet zich volgens Van Thijn nog steeds geen raad met Wilders. „Er is de afgelopen weken gezwalkt. Toen de berichten over Arib kwamen, stelde fractievoorzitter Tichelaar een onderzoek naar haar in en liet haar een paar dagen laten bungelen, in plaats van het bieden van weerwoord aan Wilders.” Maar het echte probleem van de PvdA is volgens Van Thijn structureel. „De sociaal-democratie heeft op veel plekken in Europa, dus ook in Nederland, consequent het debat met extreem-rechts vermeden. Wim Kok was al niet gretig om het over integratie of extreem-rechts te hebben.”

Na de moord op Pim Fortuyn, vijf jaar geleden, is het de goede kant opgegaan met de PvdA. „Er werd eindelijk eerlijk over de problemen rondom de integratie gepraat zonder te polariseren. Ook allochtone kiezers hebben dat gewaardeerd, getuige de overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart vorig jaar. Sindsdien is die koers van de PvdA barsten gaan vertonen.”