Op de knieën

56 ben ik. Misschien nog niet oud genoeg voor de rol van onschuldig oud dametje, maar als ik op een dag in een andere wijk fiets, kan ik het niet laten het toch eens te proberen.

Daar loopt er weer een: rastaharen in een zwarte zak, het kruis op de knieën en ik doe wat ik altijd al heb willen doen.

„Jongeman”, roep ik mét eenpriemend vingertje „je broek zakt af”.

Even kijkt hij verbouwereerd maar daarna antwoordt hij op een vriendelijke toon: „Nee hoor mevrouw, dat hoort zo tegenwoordig.”

Helemaal gelukkig fiets ik verder. Het is me gelukt!

Marja de Rode