NAVO is basis veilige EU

Deze krant heeft terecht veel aandacht besteed aan het vijftigjarige bestaan van de Europese Unie. Het belang van de EU voor welvaart en stabiliteit kan niet genoeg worden benadrukt. Europese integratie bevordert op unieke wijze de pacificatie van de onderlinge betrekkingen tussen de Europese landen.

Bij de loftuitingen dienen naar aanleiding van de stukken op de buitenlandpagina van 23 maart echter drie kanttekeningen te worden geplaatst voor een goed begrip van de relatie EU-defensie.

Aan mystificatie van het Europese integratieproces, waartoe het artikel ‘Europa’s succesvolle coöperatieve imperialisme’ bijdraagt, is geen behoefte. Het is allereerst eenzijdig en feitelijk onjuist te stellen dat alleen de Europese Unie voor veiligheid in Europa heeft gezorgd. Dat is te veel van het goede. De EU heeft zich kunnen ontwikkelen tot wat het vandaag is dankzij de beschermende veiligheidsparaplu van de NAVO. Tot het einde van de Koude Oorlog gold immers: de EU is er voor de economie, de NAVO voor de defensie. De jaren negentig van de vorige eeuw hebben geen fundamentele verandering in deze relatie laten zien.

Ten tweede zou de EU-uitbreiding na afloop van de Koude Oorlog nooit zo succesvol zijn verlopen als niet daaraan voorafgaand de NAVO-uitbreiding met de voormalige Warschaupactlanden had plaatsgevonden. De Polen, Tsjechen en – in mindere mate – de Hongaren, gaven in de jaren negentig vanwege historische redenen in hun buitenlands beleid allereerst prioriteit aan NAVO-lidmaatschap.

De NAVO effende zodoende op veiligheidsgebied het pad voor verdere uitbreiding van de EU. Daarbij dient ook over het hoofd te worden gezien dat NAVO-lidmaatschap leidde tot een radicale hervorming van het defensie-apparaat in deze nieuwe NAVO-landen. De nieuwe minister van Defensie in deze lidstaten was voortaan een burger-politicus, geen militair meer. Deze hervorming heeft substantieel bijgedragen aan het democratiseringsproces in de nieuwe lidstaten.

Ten derde mankeert er iets aan het overzichtskader op dezelfde pagina over het Europese veiligheidsbeleid. De vermelding van het bestaan van een militaire EU-interventiemacht van 60.000 militairen is onjuist, want ze bestaat niet. De aankondiging van deze interventiemacht (de Helsinki Headline Goal) tijdens een EU-top in Helsinki van 1999 is (helaas) een schoolvoorbeeld van de – soms – louter declaratoire kracht van de Europese Unie. De doelstelling om deze interventiemacht in 2003 gereed te hebben is niet gehaald.

De in 2004 voorgestelde Europese ‘battle groups’ kunnen als een substituut voor het Helsinki-besluit worden gezien. Zij zijn veel bescheidener in omvang (1500 militairen), maar passen beter in de bescheiden defensieplannen van de Europese landen. In ieder geval vormt het plan, oorspronkelijk een Frans-Brits-Duits initiatief, wel een voorbeeld van geslaagde Europese besluitvorming

Bram Boxhoorn is directeur Atlantische Commissie.