Lagere drempel voor overnames van banken

Het wordt voor nationale mededingingsautoriteiten moeilijker om grensoverschrijdende bankovernames binnen de Europese Unie te verhinderen. De EU-ministers van Financiën werden het gisteren eens over een voorstel daartoe.

Volgens de huidige regels mogen landen een overname van een bank of andere financiële instelling tegenhouden om ‘solide en verstandig bestuur’ te garanderen. Dat biedt veel ruimte voor interpretatie.

Aanleiding voor de nieuwe regels is onder andere de overname van de Italiaanse bank Antonveneta door ABN Amro in 2005. ABN Amro werd toen tegengewerkt door president Fazio van de Italiaanse centrale bank. De overname mislukte bijna. Op dit moment onderhandelt ABN Amro met de Britse bank Barclays over een overname van de grootste Nederlandse bank door het anderhalf keer zo grote Britse bankconcern.

In de nieuwe Europese richtlijn staat nauwkeuriger omschreven waar nationale mededingingsautoriteiten in de toekomst naar mogen kijken bij het beoordelen van een overname. Het gaat onder andere om de reputatie van de overnemende partij en van de bestuurders van het bedrijf. Ook mag worden gekeken naar de kans op witwaspraktijken. „Er is geen ruimte meer voor politieke bemoeienis of protectionisme”, zei Europees commissaris Charlie McCreevy (Interne Markt) vorig jaar toen hij de nieuwe regels voorstelde.

De Europese banksector is nog grotendeels nationaal georganiseerd. Een grensoverschrijdende fusiegolf wordt al jaren voorspeld, maar is tot nu toe uitgebleven. Bedrijven vrezen willekeur als gevolg van de huidige regels, zo bleek vorig jaar uit onderzoek van de Europese Commissie. Dat zou voor banken een reden zijn om af te zien van overnames.

De Commissie verwacht dat overnames zullen leiden tot meer concurrentie en een goedkopere en betere dienstverlening voor klanten. Het Europees Parlement is al akkoord.