Korte klappen van het joint hitteam

Politiemensen van drie landen werken samen in de grensregio Maas-Rijn.

Een Europese proeftuin die inmiddels in de praktijk z’n succes heeft bewezen.

Ter afsluiting van hun eerste gezamenlijke patrouille doen agenten uit Duitsland, België en Nederland zich tegoed aan koffie en linzentaartjes op het politiebureau in Sittard. Nederlandse agenten van het politiekorps Limburg-Zuid trokken tijdens de Sint Joepmarkt afgelopen week de hele dag samen op met collega’s uit de naburige Duitse deelstaat Nordrhein Westfalen en het Belgische Maasland. „Mensen zagen ons aan voor leden van de fanfare”, vertelt Hubert Vranken, hoofdinspecteur van de Belgische politie in Maasland. „Dat komt door jullie petten”, reageert een Nederlandse collega lachend.

De samenwerking tussen de politiekorpsen in de zogeheten Euregio Maas-Rijn wordt steeds intenser. Stopten de agenten nog niet zo lang geleden nog op de grens als ze een vluchtende crimineel achtervolgden, tegenwoordig hebben ze bijna net zoveel bevoegdheden in de buurlanden als in eigen land. Ze mogen nu bijvoorbeeld zo’n achtervolging op elkaars grondgebied voortzetten, hun wapen gebruiken en zelfs verdachten aanhouden. De lokale collega’s op wier grondgebied zo’n actie tot een eind is gebracht, moeten dan wel de paperassen afhandelen.

„Nergens in Europa wordt zo samengewerkt als hier, fenomenaal’’, zegt Ad Geus, coördinator internationale betrekkingen bij het politiekorps Limburg-Zuid. „We zijn zonder meer de proeftuin van Europa.’’

Tijdens drukbezochte evenementen als het carnaval in Duitsland, een wielerwedstrijd of een Formule 1-race in België, die ook bezoekers uit de buurlanden trekken, liepen agenten uit de buurlanden mee. De Sint Joepmarkt bracht de dienders uit de drie landen voor het eerst bijeen op Nederlands grondgebied.

Volgens de anekdotes van de dienders en de cijfers van Geus werpt de intense samenwerking wel degelijk zijn vruchten af. Vele internationaal opererende bendes zijn zo opgerold. En joint hitteams, die bestaan uit agenten uit Nederland, België, Duitsland, Luxemburg en Frankrijk, delen regelmatig „korte klappen” uit aan drugscriminelen. Het voordeel van de hitteams, die zijn ingesteld na kritiek van de Franse president Chirac op het Nederlands drugsbeleid, is volgens Geus dat verdachten „door eigen politiemensen in de eigen taal” worden verhoord.

De samenwerking tot nu toe wordt zichtbaar in een zaaltje aan het eind van een doodlopende gang op het politiebureau in Heerlen. Hier is het informatiebureau Epicc voor de politie in de Euregio gevestigd. Drieëntwintig politiefunctionarissen uit Nederland, België en Duitsland werken in burgerkleren aan drie werkeilanden gebroederlijk naast elkaar. Op elk eilandje met elk drie werkplekken zit een politieman uit een van de drie landen.

Op deze manier kan bijvoorbeeld Pierre Dirks, een van de Nederlandse politiefunctionarissen, een „bevraging” van een diender ergens op straat in Limburg-Zuid naar een Duitse auto, meteen doorschuiven naar zijn Duitse collega. De agent wordt geholpen terwijl hij aan de lijn blijft.

Mede door deze korte lijn is het ‘ramkraken’ zo goed als verdwenen, zegt Ad Geus. Sinds Epicc komt het fenomeen zo goed als niet meer voor in Limburg. Geus schrijft dit succes vooral toe aan het Epicc. In de buurlanden gestolen auto’s, die bij dergelijke kraken werden gebruikt, worden tegenwoordig in een vroeger stadium opgespoord.

Epicc heeft tot nu toe zo’n 50.000 ‘bevragingen’ verwerkt. De medewerkers van justitie handelden 4.000 rechtshulpverzoeken af. „We breiden ons uit als een olievlek’’, vertelt Dirks. „We worden ook steeds vaker gebeld door politieregio’s. Als ze via de normale weg informatie willen vergaren uit Duitsland of België, zijn ze op z’n minst twee weken verder. Bij ons worden ze meteen geholpen, nadat we overigens eerst het KLPD daar in kennis van hebben gesteld.”

Als het aan de dienders en aan Ad Geus ligt, gaan de verschillende politiekorpsen niet alleen tijdens grootschalige evenementen gezamenlijk optrekken. De Geus ziet in de nabije toekomst agenten uit België en Duitsland zitten in Nederlandse surveillancewagen. Gezamenlijk analyseren en rechercheren ziet Geus binnenkort ook van de grond komen. „Ik zou graag willen dat er een gezamenlijk politiebureau komt in een grensplaats als Vaals, bemand door Nederlands, Belgische en Duitse collega’s. Maar dat is nog toekomstmuziek.”