Kitesurfen in Australië

Deze week: Utrecht

Plek: Sportschool Herenstraat 33, Centrum

Wie: Ria Slingerland (29)

Wat: Clustermanager bij het BovenIJ Ziekenhuis in Amsterdam

Krant: de Volkskrant

Tv: De wereld draait door

Radio: Radio 538

Website: www.managersonline.nl

Wat ben je aan het doen?

„Ik ga zo spinning-les geven.”

Op zo’n hometrainer met muziek?

„Klopt.”

Je bent officieel ‘spinning-instructrice’?

„Ik noem mezelf voor de grap altijd ‘spinjuf’. Maar het is een bijbaantje. Voor twee avonden in de week. En eigenlijk meer hobby dan bijbaantje.”

Wat doe je dan voor werk?

„Ik ben clusterhoofd in een Amsterdams ziekenhuis. Oorspronkelijk kom ik uit de verpleegkunde. Nu doe ik een MBA-opleiding in Utrecht.”

En hoe groot is je spingroep?

„Zo’n 25 man. Een beginnersgroep.”

Gebeuren er wel eens ongelukken?

„Nou, ik heb wel eens meegemaakt dat iemand flauw viel van zijn fiets.”

Ah, je bent een strenge spinjuf?

„Nee hoor, we zingen er vaak bij. Zo’n ongelukje is vooral een kwestie van te hard van stapel lopen. Je moet je krachten goed verdelen. Dat is ook het leuke. Ik vind het geweldig om mensen zo te motiveren dat ze hun eigen grenzen opzoeken en zichzelf overtreffen. Ook in mijn werk.”

Wat is jouw persoonlijk spinrecord?

„Ik kan in een uur kapot gaan, maar me ook instellen op drie uur. Nu even niet, want ik heb een rugblessure.”

Wat heb je?

„Een dreigende hernia. Door een combi van een verkeerde houding – ik zit elke dag lang in de auto – en teveel sporten. Ik mag even niet hardlopen, niet springen. Wel zwemmen, maar dat is niet echt mijn ding. Ik probeer er maar wat van te maken door mezelf borstcrawl te leren.”

Wat zou je morgen het liefst doen?

„Kitesurfen. Dat lijkt me nou zo gaaf. En dan het liefst in Australië. In zo’n baai met hoge golven. Dat was een keer op tv. Ik zie mezelf al over zo’n golf springen, hoog de lucht in.”

En dat met die rug?

„Gevaar is nooit het eerste waar ik aan denk. Maar goed, dan krijg je een blessure. Word je geconfronteerd met je lijf dat ook maar een lijf is.”

Eppo König