Hoger verlies verzekeraars op zorgpolis

De zorgverzekeraars hebben vorig jaar een verlies geleden van 565 miljoen euro op basisverzekeringen en 31 miljoen euro op aanvullende verzekeringen. Hun financiële positie is daardoor verder verzwakt.

Dat blijkt uit vandaag gepubliceerde gegevens van De Nederlandsche Bank (DNB), die toezicht houdt op de zorgverzekeraars.

De verliezen zijn veel groter dan de verzekeraars in december zelf nog aangaven. Toen gingen ze uit van een verlies van 320 miljoen euro op de basispolissen en een verlies van 40 miljoen op de aanvullende zorgverzekeringen.

De verliezen zijn het gevolg van een felle strijd om marktaandeel tussen de zorgverzekeraars. Zij werven klanten met lage premies. Om de tekorten door niet-kostendekkende premies op te vangen, hebben de zorgverzekeraars op last van de toezichthouder voor honderen miljoenen euro’s voorzieningen moeten treffen.

De gezamenlijke zorgverzekeraars kunnen nog wel aan hun verplichtingen – het vergoeden van de ziektekosten – voldoen, maar „bij een aantal maatschappijen is de toereikendheid beperkt”, zo liet de toezichthouder vorig jaar al weten.

Inclusief de opbrengsten van hun beleggingen leden de zorgverzekeraars een netto verlies van bijna 193 miljoen euro.

Om hun geslonken vermogen te versterken, hebben de verzekeraars vooral achtergestelde leningen afgesloten. DNB telt deze leningen mee bij het berekenen van het kapitaal dat minimaal aanwezig moeten zijn, de solvabiliteitsmarge. Ondanks deze injecties is de totale solvabiliteitsmarge in 2006 met 0,5 miljard euro afgenomen.

Omdat de bodem in zicht is, gaan de zorgpremies volgend jaar omhoog, voorspelt Hugo Keuzenkamp, hoogleraar verzekeringskunde aan de Universiteit van Amsterdam.

Diverse zorgverzekeraars bezuinigen op hun bedrijfskosten om hun resultaten te verbeteren. Ook minder gebruik maken van tussenpersonen drukt kosten. „Hun diensten kosten tientallen euro’s per verzekerde, terwijl zij niets toevoegen”, aldus Keuzenkamp.