Grote, bleke, gewetenloze mannen die Alexi heten

Mijn broer en ik doen op het eerste gezicht hetzelfde soort werk: we gaan naar dingen toe en schrijven daarover. Maar eigenlijk doen we iets heel anders: ik ga naar leuke dingen toe en schrijf daar korte stukjes over, terwijl mijn broer, die correspondent in Rusland is, steeds naar helse plekken gaat en daar ellenlange artikelen over moet schrijven.

Zelf vindt hij die plekken overigens leuk: zo bezocht hij een enclave van permanent dronken rendierhouders, een handjevol radioactieve gebieden, een (bewoond) dorp waar elke maand raketafval neerstort, treinen waar in elke coupé zeventien mensen zitten die allemaal al hun hele leven knoflookworstjes verkopen en eten en natuurlijk straalbezopen zijn, en een Russische autofabriek waar alleen maar woest aantrekkelijke blonde vrouwen werken. Goed, die autofabriek zouden de meeste mensen leuk vinden, maar het lijkt mij ook de hel.

Het helpt dat hij van afzien houdt en wekenlang kan leven op een afgekloven rendierbotje en een kop koude thee. Ik ben opgehouden me zorgen over hem te maken, want het lijkt na twee jaar alsof hij zelfs immuun is voor radioactieve straling.

Daarom schrok ik me dood toen ik zaterdag opgebeld werd. Mijn broer stond op teletekst, want hij was opgepakt door de Russische politie terwijl hij verslag deed bij een demonstratie. De Russische politie – dat leken mij grote, bleke, gewetenloze mannen die Alexi heten en je uitschelden voor ‘democraat’.

Na een tijdje in doodsangst te hebben verkeerd (toevallig had mijn broer daar op dat moment ook last van) kreeg ik het verlossende telefoontje. Mijn broer was vrij. Hij was op zijn kop geslagen en over de grond gesleept, maar hij vond dat hij er goed vanaf was gekomen.

Toevallig zou ik hem net opzoeken in Moskou, dus gooide ik mijn koffer vol met paaseieren en reisde naar hem af. Op het vliegveld vertelde mijn broer dat hij net bij de Nederlandse ambassadeur in Moskou was geweest. Die had hem ontboden vanwege die nare arrestatie. En? vroeg ik. Had hij mijn broer een medaille gegeven? Een Purple Heart? Een fijne cadeaubon voor GUM, het Moskouse winkelparadijs?

Mijn broer liet me een pakje pleisters zien, waar met een rood lint twee klompjes aan vastgebonden waren. Dat had de Nederlandse ambassadeur hem gegeven. Het was geloof ik humor. Maar erg diplomatiek vond ik het niet.