Ga eens wat anders doen

Arbeidsongeschiktheid is niet meer de enige reden om tijdelijk van baan te wisselen. Even ‘switchen’ uit interesse of leergierigheid kan bij werknemers de ogen openen.

Albert Koster werkt bij een accountants- en belastingadvieskantoor dat actief is in het midden- en kleinbedrijf. Omdat het kantoor ook steeds meer voor gemeentes en non-profitinstellingen gaat werken, leek het Koster handig om zelf eens een tijdje bij een gemeente rond te kijken. „Een gemeente zit organisatorisch veel complexer in elkaar dan een bedrijf.” Een half jaar lang werkt hij nog maar twee dagen per week bij het accountantskantoor. De overige drie is hij gedetacheerd bij de gemeente Hardenberg. „Ik beschouw het als een snuffelstage, een kans om weer iets nieuws te leren.”

Met Kosters detachering naar de gemeente Hardenberg kwam er een hele carrousel op gang. Omdat de afdeling financiën van de gemeente door zijn komst versterking kreeg, kan een van de ambtenaren een tijdje rondkijken op een administratiekantoor. De gemeente zoekt een nieuw systeem voor de salarisadministratie en de ambtenaar krijgt bij het administratiekantoor de kans om in de praktijk de voors en tegens van verschillende systemen te ontdekken. Bij de gemeente wordt hij vervangen door een van zijn collega’s van de afdeling sociale zaken. Die collega is eigenlijk uitgekeken op zijn huidige baan en wil best iets anders, maar hij weet niet goed wat. Hij wilde best een tijdje op proef werken op de afdeling financiën.

Onder de noemer ‘Menselijk Kapitaal Centraal’ zijn het afgelopen jaar in de provincie Overijssel allerlei samenwerkingsverbanden opgezet tussen provincie, gemeentes, werkgevers- en brancheorganisaties, bedrijven en instanties als UWV en CWI. Op die manier wilde men vooral arbeidsongeschiktheid voorkomen. Als werknemers met een baan die lichamelijk of geestelijk te zwaar wordt lichter werk krijgen, kunnen ze langer doorwerken, was de gedachte. En als die werknemers niet alleen in aanmerking komen voor passende functies in hun eigen bedrijf, maar ook gemakkelijker toegang krijgen tot vacatures elders – bijvoorbeeld door detachering – wordt de kans op een geschikte baan een stuk groter.

„Mensen kijken niet verder dan hun eigen bedrijf of hun eigen sector, maar wij wilden de overstap van de ene sector naar de andere bevorderen”, zegt Elsa Hof, beleidsmedewerker arbeidsmarkt bij de provincie. „Wij zijn netwerken begonnen waar personeels- en organisatiefunctionarissen elkaar ontmoeten. Als je elkaar kent, bel je elkaar gemakkelijker. En we hebben met alle deelnemende organisaties een detacheringspool opgezet voor werknemers die willen rondkijken in een andere branche.”

Inmiddels hebben tientallen Overijsselse werknemers die om gezondheidsredenen aan ander werk toe waren een nieuwe werkgever gevonden. Maar intersectorale mobiliteit is minstens zo populair onder mensen die uit interesse of leergierigheid een tijdje in een andere sector willen werken. „Wij doen eraan mee omdat ons personeelsbeleid er beter van wordt”, zegt Sharon Hoogendam van de gemeente Hardenberg. „Reïntegratie of arbeidsongeschiktheid speelt voor ons geen rol. Dit is gewoon een taakverrijking voor mensen die weleens iets anders willen. Ze komen er zelf om vragen.”

Lineke Wassenaar, projectmanager bij Van der Reest Arbeidsmarktstrategie, begeleidde het afgelopen jaar twee projecten om intersectorale mobiliteit te bevorderen, één in de regio Arnhem-Nijmegen en één in de regio Eindhoven. In beide regio’s betreft het een samenwerkingsverband van de sectoren zorg, recreatie en catering. Ook hier was het terugdringen van arbeidsongeschiktheid de achterliggende gedachte. „Als iemand arbeidsongeschikt raakt, moet de werkgever passende vervangende arbeid aanbieden. Als dat in het eigen bedrijf niet lukt, schakelt hij een reïntegratiebedrijf in. Dat leverde vaak zo weinig op, dat sommige werkgevers dachten: we doen het zelf. Omdat er veel overeenkomsten zijn tussen zorg, recreatie en catering was het gemakkelijk om samen te werken. In alle drie de sectoren werken veel vrouwen, er wordt veel in deeltijd gewerkt, en de werknemers moeten zorg willen bieden en een servicegerichte instelling hebben.”

Alle deelnemende bedrijven hebben op papier gezet welke functies ze kunnen aanbieden aan mensen die zich willen oriënteren op een andere baan. Ook schreven ze op wat de functie inhoudt, wat de lichamelijke en geestelijke belasting is en welke karaktereigenschappen nodig zijn. Die informatie is gebundeld in een handboek. Werknemers van 30 jaar en ouder die hun baan te zwaar vinden of door een reorganisatie buiten de boot dreigen te vallen, zoeken in het handboek een passende functie elders.

Máxima Medisch Centrum in Eindhoven en Veldhoven doet mee aan het project dat Wassenaar begeleidt. „Zodra mensen gaan bladeren in dat handboek, gebeurt er al iets”, zegt Ingrid van der Sluys, mobiliteitsadviseur in het ziekenhuis. „Iemand die bij ons in de technische dienst werkt, ziet dat een technische dienst niet exclusief voor ziekenhuizen is, maar dat een groot recreatiepark ook zo’n afdeling heeft.” Net als in Overijssel is de intersectorale mobiliteit ook ontdekt door werknemers die graag een tijdje stage willen lopen in een ander bedrijf om erachter te komen of een nieuwe werkomgeving bevalt. Van der Sluys: „Zulke mogelijkheden maken je werk alleen maar leuker.”