Een land zonder ondernemers ‘Waarom is dit land nog niet bankroet verklaard’

Kroatië, een vrijwel vergeten plek in Europa. Het land is weliswaar EU-kandidaat, maar bijna geen Kroaat gelooft erin. Geld uit Brussel houdt het overeind.

Op zijn motor scheurt Henk Jolink door de heuvels rond de Kroatische hoofdstad Zagreb naar zijn werkplaats. Zijn lange, grijze haren wapperen onder zijn helm uit. Mensen langs de weg zwaaien naar Henk, en Henk zwaait vrolijk terug. In Nederland kent iedereen zijn jongere broer Benny – ‘Oerend Hard’ – Jolink, de zanger van Normaal. In Kroatië is Henk een legende. De Achterhoeker produceert er de Burton Car, een sportauto gebouwd op het onderstel van een Citroën 2CV, ofwel ‘de Eend’, een nieuw speeltje voor de opkomende nouveau riche in EU-kandidaat Kroatië.

Jolink is een van de weinige kleine ondernemers in Kroatië (4,4 miljoen inwoners). Het land kampt met een gebrek aan ondernemerschap. Het toerisme groeit weer weliswaar, maar buitenlandse experts waarschuwen dat die sector onvoldoende fundament biedt. Sinds het einde van de oorlog (1991-1995) bouwt Kroatië aan een nieuwe economische structuur, maar het land stuit op spoken uit het verleden. De scheepsbouw (12 procent van de export) kan niet zonder de 0,5 miljard euro aan jaarlijkse staatssteun. Andere staatsbedrijven, zoals in de staal- en energiesector, worden eveneens kunstmatig in leven gehouden. Aan de kust en in hoofdstad Zagreb bestaat betrekkelijke welvaart, met een gemiddeld maandsalaris van 600 euro. Maar in het oosten is de werkloosheid 30 procent.

Na zijn pensionering als leraar aan een technische school in Nederland vestigde Jolink (65) zich met zijn vrouw in haar geboorteland. Zijn werkplaats, in een landerig voorstadje van Zagreb, is inmiddels uitgegroeid tot een spectaculair bedevaartsoord voor fanaten van sportauto’s. „Ik sleutel de auto’s allemaal eigenhandig in elkaar”, zegt Jolink.

Vervolg Kroatie: pagina 16

KROATIE

achtergrond: Hoe Kroatië zich tegen beter weten in voorbereidt op toetreding tot de EU

Waarom is dit land nog niet bankroet verklaard

Vervolg van pagina 15

Om het midden- en kleinbedrijf te stimuleren introduceerde de Kroatische premier Ivo Sanader twee jaar geleden zijn ‘One Stop Shop’-model: om het beginnende ondernemers makkelijker te maken zouden Kroaten een nieuw bedrijf in een paar dagen tijd kunnen registreren. Weg met de bureaucratie en corruptie. Maar van ‘One Stop Shop’ kwam weinig terecht. Volgens recente cijfers van de Raiffeisen Bank duurt het in Kroatië vijftig dagen om een bedrijf te registreren – zelfs in een land als Albanië, waar de bestuurlijke chaos exemplarisch is, is een ondernemer met veertig dagen sneller klaar.

Henk Jolink kent de taaiheid van de bureaucratie. „Het loket waar ik me met mijn bedrijf kwam melden is zo gebouwd dat je allereerst nederig door de knieën moet.” De naam ‘Burton’ mocht niet van de functionaris. „Ik moest een Kroatische naam bedenken. Tenzij Burton mijn achternaam was.” Even overwoog Jolink om bij een ander loket zijn naam te veranderen in Richard Burton, naar de Britse acteur. „Dat kón wel, maar die procedure bleek ook maanden te duren. Uiteindelijk is alles goed gekomen dankzij een bevriende rechter. Die heeft een grote fles parfum bij een justitiemedewerkster laten bezorgen en toen werd alles geregeld.”

Over twee jaar is Kroatië klaar om toe te treden tot de EU, belooft premier Sanader. Maar zowel in eigen land als in Europa groeit de scepsis over de haalbaarheid van 2009. Zo maant Nataša Srdoc van het Adriatische Instituut voor Openbaar Bestuur zowel EU als Wereldbank tot voorzichtigheid bij het pompen van geld in een „ondoorzichtige” economie, een economie die in stand wordt gehouden door een regering die „nauwelijks hervormingen doorvoert”. Staatssteun is in strijd met Europese regels voor eerlijke concurrentie.

Vrijwel dagelijks berichten Kroatische kranten over een smeergeldaffaire rond Brodosplit, de scheepswerf in de havenstad Split. Politici, onder wie ook premier Sanader, worden genoemd als mogelijke verdachten van financiële malversaties rond de werf. „Over die affaire zeg ik niks”, zegt Ivan Pamic, verkoopdirecteur van het concurrerende Uljanik in havenstad Pula, de grootste en oudste scheepswerf van Kroatië.

In de jaren zeventig behoorde Kroatië, met Japan en Korea, nog tot de topdrie van scheepsbouwlanden. Maarschalk Tito zorgde voor internationale orders. „Maar tijdens de jongste oorlog stortte de productie volledig in”, zegt Pamic. In tien jaar tijd is het aantal werknemers gehalveerd. Pamic: „Er werken nu 1.900 man. We bouwen gemiddeld zes schepen per jaar. Vooral car carriers die auto’s over de hele wereld transporteren.”

Over de werf beweegt iedereen zich per mountainbike. De meeste werknemers komen uit Bosnië. „Kroatische ingenieurs en dokwerkers werken inmiddels in Italië, Nederland en Duitsland, tegen betere, Europese, salarissen”, zegt Pamic. „Dat hou je niet tegen. Op de Poolse werven werken alleen nog maar Wit-Russen.”

Volgens Pamic krijgt Uljanik, nu nog voor ruim 70 procent in handen van de Kroatische staat, het na de toetreding van Kroatië tot de EU nog zwaar te verduren. „Er is in Europa geen enkele prioriteit voor het in stand houden van een traditionele sector als de scheepsbouw. Met de bouw van grote olietankers zijn we al gestopt, daar troeven de Chinese en Vietnamese werven ons af. We zullen een nieuwe strategie moeten bedenken.”

Of er nog een toekomst is, als er straks uit Zagreb geen financiële injectie meer komt? Pamic: „Er wordt gesproken over mogelijke privatisering van de werf, maar daar bemoei ik me niet mee. Ik ben 55. Mijn vrouw werkt hier ook al decennia. Mijn zoon wil de scheepsbouw in. De geschiedenis van deze werf is de geschiedenis van mijn familie. Hoe we moeten overleven? Door kleinere, slimme schepen te gaan maken, zoals veerboten. Schepen die meer expertise vergen. Alleen zo kunnen we de Chinezen te slim af zijn.”

De politicus die zich waagt aan het saneren van de scheepsbouw pleegt politieke zelfmoord, zeggen economische analisten. Eind dit jaar zijn er parlementsverkiezingen. „De EU moet niet verwachten dat in dit verkiezingsjaar Kroatië ook maar één pijnlijke hervorming zal doorvoeren”, zegt Nenad Puhovski, een gezaghebbende en kritische journalist in Zagreb. „Elke dag vraag ik me af: waarom is ons land nog niet bankroet verklaard?”

Tussen 2000 en 2004 schonk de EU 278 miljoen euro aan projectgeld. Sinds 2005 voert de EU een nog guller beleid, jaarlijks 140 miljoen euro. Daarnaast zette de Oost-Europabank (EBRD) tussen 2000 en 2005 leningen uit met een totale waarde van 1,3 miljard euro.

We leven op de pof, zegt Puhovski die zich niet kan voorstellen hoe Kroatië op korte termijn moet hervormen. „De Kroatische regering heeft niets ter compensatie, om de 18 procent landelijke werkloosheid te bestrijden. Een werkende markteconomie? Nee. De zaken verlopen hier niet in de juiste volgorde.”

Op het erf voor zijn werkplaats legt Henk Jolink de laatste hand aan een nieuwe Burton. Onder de motorkap zit nog een originele 2CV-motor. „Maar deze klant heeft gevraagd of ik ’m een beetje kon opvoeren”, zegt Jolink terwijl hij met 110 kilometer per uur in de bocht rakelings langs een boerenkar scheert.

Naar de financiële achtergrond van zijn clientèle durft Jolink alleen maar te raden. „Er heeft hier een oorlog gewoed, en oorlog is de grootste financiële transactie die er bestaat. Een kleine groep heeft daarvan geprofiteerd.”

Voor de Kroaten is EU-toetreding een uitkomst, zegt Jolink, doelend op de honderden miljoenen euro’s uit Brussel. „Maar voor de EU komt Kroatië iets te vroeg aankloppen. Iedere functionaris hier heeft nog scholing gehad in een communistisch systeem. Ze hebben geen idee van wat democratie en markteconomie in de praktijk betekenen.”

Begin jaren negentig was Jolink al actief in Zagreb waar hij aan de rand van de stad een schip bouwde. In zijn afwezigheid werd er in de buurt van de werkplaats door de partij van wijlen president Franjo Tudjman een feestje gehouden, om de verjaardag van de onafhankelijkheid te vieren. „Er gingen ossen aan het spit. Ze hadden hout nodig voor het vuur. ‘Hé, daar staat een boot.’ Ze hebben al het hout, inclusief de mahoniehouten kuipdeurtjes, eraf gesloopt en opgestookt. ”

Om in Kroatië als ondernemer te overleven, zegt Henk Jolink, is een bepaalde mate van Hollandse nuchterheid noodzakelijk. „Je moet laconiek in het leven staan. En verder is er hier veel te halen. Het is een heel leuk klimaat.” In de zomer komt broer Benny wel eens langs, met de camper. „Ik heb Benny toen hij vijf was eens een flinke opdonder gegeven. Hij rende naar pa en ma en riep: ‘Henkie die sloeg mien oerend hard’. Dat werd daarna een gezegde bij ons thuis, en toen heeft Benny er later maar een song over gemaakt. Het ondernemen zit in de familie.”