Een gevoel van democratisch onbehagen

Ik ben het geheel eens met het artikel van Ben van der Velden (NRC Handelsblad, 26 maart).

Het democratisch vijgenblad van ons kabinet (meer bemoeienis van het nationale parlement bij `Brussel`) kan misschien ooit eens voorkomen dat een onderwerp naar Brussel verschuift, maar biedt geen controle op de besluitvorming inzake de dossiers die wél des Brussels zijn.

Laat het Nederlandse kabinet zich inzetten voor een stapsgewijs, voor een steeds groter deel op basis van Europese kieslijsten gekozen, machtiger Europees Parlement dat individuele Commissarissen naar huis kan sturen. Op die terreinen moet dan de minst democratische instelling, te weten de (Europese) Raad van Ministers die door niemand naar huis kan worden gestuurd, een stapje terug doen, en genoegen nemen met een toetsende (en niet leidende) rol, als ware het een lichaam vol wijze senatoren.

Een stappenplan naar een versterkte democratische controle door het Europees Parlement zou een harde voorwaarde moeten zijn voor het opgeven van vetorecht door het Nederlandse kabinet op welk nieuw terrein dan ook. Geen eurocratisch, maar een democratisch Europa.