Een dolfijn tussen diplomazwemmers

Zijn slagen zijn lang en ogen als een trage molen, maar de snelheid die hij ontwikkelt is fenomenaal. Zwemmer Michael Phelps neemt met schijnbaar gemak afstand van zijn concurrenten. „Mijn underwaters moeten nog beter.”

Goed nieuws voor de concurrenten van Michael Phelps: zijn armen en benen deden gisteren een beetje zeer. Dat was een uurtje nadat hij een nieuw tijdperk had ingeluid met zijn onwaarschijnlijke wereldrecord op de 200 meter vrij in Melbourne, waarbij hij zijn tegenstanders tot diplomazwemmers had gedegradeerd. Michael Fred Phelps II, van 30 juni 1985, blijkt ook een mens te zijn.

Phelps, die vanochtend op de 200 vlinder bijna geeuwend zijn derde gouden WK-medaille ophaalde met opnieuw een fenomenaal wereldrecord, is al jaren bezig het zwemmen naar nieuwe hoogten te tillen. Zoals Roger Federer deed met tennis, Tiger Woods met golf. Vooralsnog kan niemand volgen. Zelfs Phelps begrijpt soms niet waar hij het vandaan haalt.

Zodra de zwemmer uit Ann Arbor zich aan de rand van het zwembad meldt, verandert de sfeer in de Rod Laver Arena. Toeschouwers kijken geïntrigeerd naar het lange, slungelige lijf, tegenstanders doen hun best niet naar hun beul te kijken. Phelps voert ondertussen zijn eigen ritueel uit. De koptelefoon die keiharde muziek van rapper 50 Cent in zijn oren blaast gaat pas af als hij het water in moet.

Zijn slagen zijn lang en ogen als een trage molen, maar de snelheid die hij ontwikkelt is fenomenaal. Bij de keerpunten schiet het lange lijf als een dolfijn weg bij de rest, onder water, bijna stiekem. „Mijn underwaters zijn heel belangrijk, maar ze moeten nog beter”, waarschuwde hij gisteravond. Maar zijn coach Bob Bowman had nog nooit zo’n perfect uitgevoerde race van een zwemmer gezien.

De concurrentie zal er nog van opkijken. Ondanks zijn status als levende legende is Phelps geen man van grootspraak – eerder bescheiden. Gisteren sprak hij in Melbourne vol respect over Pieter van den Hoogenband en de gestope Australiër Ian Thorpe, tegen wie hij tot zijn spijt maar één keer mocht zwemmen, in Athene (2004). „Ik vind Thorpe nog steeds de grootste vrijeslagzwemmer uit de geschiedenis. Hij heeft talloze keren onder de 1.45 gezwommen, ik één keer.” Dat zei Phelps net nadat hij de toptijd van de Australiër (1.44,06) uit 2001 naar het verleden had getorpedeerd, een record met een potentiële houdbaarheid van tien of twintig jaar, dacht Van den Hoogenband.

Maar Michael Phelps heeft al zijn hele leven haast – misschien omdat hij als kind in Baltimore aan ADHD leed. Hij was vijftien jaar en negen maanden toen hij als jongste ‘man’ ooit een wereldrecord zwom, op de 200 vlinder. Zes jaar later staat de teller op achttien individuele wereldrecords. Maar morgen kan het weer anders zijn. En hij is niet van plan voor 2012 te stoppen.

Zijn gouden race van gisteren bracht hem een forse stap dichter bij het grote doel dat hij zichzelf heeft gesteld: de verbetering van het historische record dat Mark Spitz tijdens de Spelen van München (1972) zette, met zeven keer goud. Phelps wil er in Peking acht halen.

In Athene (2004) was hij al dicht bij de evenaring van dat record; hij won zes keer goud, maar moest op de 200 vrij genoegen nemen met een bronzen medaille, achter Thorpe en Van den Hoogenband, in de ‘Race of the Century’. De magische race van Melbourne maakt inmiddels ook aanspraak op die titel. Phelps zal zich de komende jaren op dit nummer niet snel meer door andere zwemmers laten verrassen, als hij de lijn van gisteren doorzet. Zoals Van den Hoogenbands coach Jacco Verhaeren gisteren zei: „Als Phelps tijdens de Olympische Spelen in Peking weer 1.43 zwemt, dan wint Pieter geen goud, zo simpel is het.”

De Rod Laver Arena in Melbourne is deze week voor Phelps een laboratorium. Hij gebruikt de wereldkampioenschappen voornamelijk om te testen hoeveel zijn lichaam in een week aankan, want zijn programma puilt uit van de series, halve finales en finales – en telkens weer een andere slag. „Na dit toernooi zal ik definitief beslissen wat ik in China ga doen.”

Maar Phelps is geen machine, hoewel hij zegt 365 dagen per jaar te trainen. Hij heeft voor zichzelf een paar duidelijke grenzen getrokken. „Ik ga mij niet storten op de 100 meter vrij”, zo stelde hij de specialisten op dit nummer gerust – onder wie wereldrecordhouder Van den Hoogenband. Phelps zou daarvoor te veel krachttraining moeten doen. „Dat zou ten koste gaan van mijn andere nummers.”

De zwemmer heeft met zijn prestaties inmiddels de aandacht afgeleid van een donkere bladzijde in zijn leven – zijn arrestatie in 2004, toen hij met drank op achter het stuur van zijn Cadillac Escalade bleek te zitten. Hij kwam ervan af met een voorwaardelijke straf nadat hij door het stof was gegaan. Daarna vervolgde hij stoïcijns zijn missie op weg naar Peking.