Een club voor Bos

Wie is Wouter en wat wil hij? Weten we het nu, na De Wouter Tapes? Ja en nee. De camera die Bos eindeloos mocht volgen, legde niets nieuws vast, maar vatte het allemaal nog eens haarscherp samen. Bos is een gedreven twijfelaar. Een politicus die altijd nuances ziet, die weigert in sjablonen te denken. Kun je mensen beloven dat alles goed komt, als je in het echt dingen maar een beetje beter kunt maken? Bos vindt van niet.

Heel persoonlijk werd het niet: het camerabewustzijn van Bos en consorten was bijna volmaakt. In een tijd waarin televisie mensen tot op het bot uitbeent, was deze documentaire anachronistisch. Zo anachronistisch als Bos zelf: een weifelaar in een tijd van slagzinnen. Sympathiek, eigenlijk.

Sleutelmoment. Bos spreekt in op zijn dictafoon: „Ik heb me in deze campagne flink onzeker gevoeld omdat er zoveel verschillende adviezen waren. Als je daar je verhaal op gaat aanpassen, dan verlies je op een gegeven moment jezelf.” Zijn adviseurs gingen steeds harder drammen: wie is Wouter? Wat wil hij? Bos leek het zelf niet meer goed te weten. En niemand in zijn club had genoeg inzicht om een ‘sterk merk’ van hem te maken.

De horkerigheid van Balkenende werd zijn handelsmerk. Jan Marijnissen en Rita Verdonk: likje verf erover, botte soundbytes. Wat is Wouter Bos? Twijfel, realisme. Als die eigenschappen waren uitvergroot, was er heel andere PvdA-voorman verschenen. Iemand die durfde te zeggen dat de wereld niet zwart-wit is. De meest menselijke partijleider. De Bos die we zagen toen hij Balkenende confronteerde met zijn laag-bij-de-grondse discussietechnieken.

De leeggezogen Bos ging pas weer stralen na de formatiebesprekingen. Die waren zo goed gelukt, meldde hij in NRC Handelsblad, omdat ook hij een gereformeerde achtergrond had. „Wij spreken alledrie de tale Kanaäns.” Eindelijk hoorde Bos ergens bij: de club van de Mannen van Kanaän. Betweterige padvinders. Meisjes niet welkom. Hij was opeens arrogant geworden. Onsympathiek, eigenlijk.

Merel Boers

Freelance journalist en promovendus aan de Universiteit van Amsterdam op twee historische debatten over de Holocaust.