Debat over Europa graag in begrijpelijk taal

Luuk van Middelaar heeft groot gelijk met zijn noodkreet dat er eindelijk eens begrijpelijk met u en mij, de gewone Nederlander, over Europa moet worden gesproken door wie er mee bezig is, zoals dat ook gebeurt over wat er rond het Haagse Binnenhof, in gemeentehuizen of in de provinciale hoofdsteden gebeurt.

Dat er vijftig jaar geleden in Rome een belangrijke stap werd gezet is een mooi aanknopingspunt. Maar Rome is ver weg en het echte begin lag veel dichter bij huis. Dat was het eerste Congres van Europa, in mei 1948, in diezelfde Ridderzaal waar een feestje werd gevierd. En samen zijn wij al met zijn zessen sinds op de oproep van Schuman en Monnet, de negende mei 1950, nog geen jaar later de stichting van de Europese Kolen en Staal Gemeenschap volgde.

1948 is volgend jaar zestig jaar geleden. Een goede gelegenheid om, neen, niet een feestje te bouwen, maar opnieuw in de Ridderzaal op een internationaal congres over Europa in een voor u en mij begrijpelijke taal aan te geven waar wij in en met Europa heen willen.

In het keldergewelf onder de Ridderzaal hangt de bronzen gedenkplaat van het congres van 1948; iedere bezoeker van onze meest statige vergaderzaal komt er langs.

Premier en minister, dus even afdalen en in de agenda noteren: volgend jaar zijn wij er weer, maar dan niet alleen met landgenoten, maar samen!