De voorbije maanden van de minister van Financiën

Waarom heb ik me twee delen lang eigenlijk een aap verveeld bij die tapes van Wouter?

Het kan aan de tegenwoordige minister van Financiën hebben gelegen. Nadat hij ervan had gedroomd ‘uw premier’ te worden, blijkt hij een team te hebben samengesteld van campagneraadgevers die in de documentaire om de beurt een close-up krijgen (grote sterren in het oude Hollywood lieten het aantal close-ups in hun contract vastleggen) en soms ook als een collectiefje aan een treurige tafel zitten, terwijl Wouter ze vragend aankijkt.

Ik wil echt niemand kwetsen – maar mijn hemel: twee afleveringen lang zag ik louter sloompilaren, sukkels, stoethaspels, stumpers en sufkezen om de beoogde minister-president heen hangen en als Wouter, die naar eigen zeggen al die tijd z’n intuïtie kwijt was, aan ze vroeg wat hij tegen Paul Witteman of Lucille Werner (het lievelingetje van Balkenende tenslotte) moest zeggen, hoorde je een koor van ongearticuleerdheid, waar de arme kandidaat niks mee kon.

Hoe selecteer je bij je volle verstand zo’n onbekwaam gezelschap? Maar de kick om het aan te zien was er in deel I na vijf minuten vanzelfsprekend al af.

Terwijl er, zeg nou zelf, stof te over was voor een werkelijk groot spektakel. Niet Grieks natuurlijk, want bij Aeschylus, Sophocles en zo speelde het noodlot altijd de hoofdrol, en tenzij Wouter z’n intuïtie al kwijt was toen hij in de peilingen nog zestig zetels scoorde, stond het Fatum er in dit geval buiten.

Wat het misschien des te tragischer heeft gemaakt. Bright young man, kontje, mooie carrière bij Shell in het verschiet – welke ouder zou niet trots zijn op zo’n jongen? Maar ineens geeft hij alles op om als politicus op te komen voor de onderkant van de samenleving. Op het Binnenhof lijkt hij met evenveel gemak de weg naar de top te vinden als in het bedrijfsleven. Hij heeft de eerste treden van het Torentje bij wijze van spreken al beklommen, als hij totaal onverwacht op de meet nog bijna wordt voorbijgereden door Jan Marijnissen.

De troostprijs is haast nog pijnlijker dan de nederlaag. Naast de medisch-ethische christen Rouvoet mag hij souschef worden onder de aartsvijand van gisteren.

Hoe hebben ze bij de VPRO al die kansen voor open doel kunnen missen?

Het is mogelijk – maar ik durf het haast niet op te schrijven – dat het gewoon een mislukte documentaire was. Ik bedoel slecht van camerawerk, gratuit van kadering, geen spoor van echte regie van iemand die tijdens het draaien z’n ogen gebruikte en dus zag wat er gebeurde, veel te veel gestotter buiten beeld, en ten slotte gemonteerd zonder ook maar een beetje compassie met het drama dat zich na al die maanden onherroepelijk ging voltrekken.

Het rare is dat kranten wel zogenaamde televisierecensies publiceren, maar dat je daar dat soort oordelen bijna nooit in leest, zoals je in een boekrecensie wél vaak leest dat de schrijver helaas niet kan schrijven. De televisierecensie vertelt de ‘inhoud’ na, dus alle verzuchtingen van Wouter zijn genotuleerd, maar er wordt nooit bij verteld dat er af en toe zo’n malle, onnodige super-close-up van ’m is gemaakt, en dat de documentairemakers hem tegen het einde wel heel lang slapend (in een verdrietige bus) in beeld houden, maar dat je daar geen seconde een warm gevoel van mededogen bij voelt opwellen.

Het is een vak, televisie maken. Wat een opluchting om te lezen dat PCM-bestuursvoorzitter Aan de Stegge, die vorig jaar de kranten eigenlijk nog weg wilde doen, nu zegt: „Dat was doemdenken.” De voorzitter heeft na een lange inwerkperiode godzijdank ontdekt dat er nog een ander nobel vak is.

Lees alle columns van Jan Blokker op onze site:www.nrc.nl/blokker