De steeg van Bush

EFP is de afkorting van Explosively Formed Penetrator, beter bekend als bermbom. Eenvoudig van constructie, moeilijk herkenbaar. De werking doet een beetje denken aan die van de PIAT, het wapen waarmee zestig jaar geleden de dienstplichtigen leerden schieten. Met de PIAT kon je een tank buiten gevecht stellen. In de eerste fase wordt het pantser van het doel doorboord, dan volgt in het inwendige de explosie die verschrikkelijke verwoestingen aanricht.

In Irak hebben de EFP’s de afgelopen twee jaar grote aantallen slachtoffers veroorzaakt. Gisteren heeft de New York Times onthuld dat de Amerikaanse regering Iran ervan verdenkt, deze wapens aan shiitische verzetsgroepen in Irak te hebben geleverd. In juli 2005 heeft Washington daarover een officieel protest gestuurd. De regering in Teheran verklaarde van niets te weten. Intussen worden de Iraniërs ervan verdacht deze wapens ook aan Hezbollah in Libanon te hebben geleverd.

Het is weer een ander probleem dan de kernbom waaraan Iran zou werken, hoewel het sinds de eerste beschuldigingen daaromtrent bij hoog en bij laag bezweert dat het uitsluitend van vreedzame bedoelingen vervuld is. De recente veroordeling door de Verenigde Naties wordt genegeerd. Geloof het of geloof het niet, maar als alle verdenkingen terecht zijn, is er tussen de bermbom en kernbom in ieder geval één overeenkomst: de Amerikanen kunnen er op het ogenblik niets aan doen. Onder de nu geldende omstandigheden, met de oorlog in Irak in volle gang en vermoeide strijdkrachten, lijkt een aanval op de Iraanse atoominstallaties uitgesloten. En de grens met Irak is te lang en te poreus om de eventuele export van EFP’s te verhinderen. Dit nieuws over de EFP’s bevestigt weer op een andere manier dat de Amerikaanse regering zich met de aanval op Irak in een doodlopende steeg heeft gevochten.

Hoe kom je eruit zonder de schade nog groter te maken? De Democratische meerderheid in het Huis van Afgevaardigden wil dat de Amerikaanse troepen in het najaar van 2008 vertrekken. In de Senaat wordt een soortgelijke resolutie voorbereid, maar president Bush heeft al aangekondigd dat hij daarover zijn veto zal uitspreken en de meerderheid is niet groot genoeg om zo’n besluit ongedaan te maken. In plaats daarvan worden opnieuw de tactiek en strategie in Irak gewijzigd. De 21.500 soldaten extra zijn al bezig om Bagdad te pacificeren. En, zegt Washington, het aantal incidenten is met 25 procent verminderd. Bovendien wordt de de-ba’athificering ‘teruggedraaid’. Oorspronkelijk moesten alle leden van de Ba’athpartij van Saddam Hussein uit het openbaar bestuur worden verwijderd. Dat bleek een van de oorzaken van de chaos te zijn. Nu mogen ze terugkomen.

Op aandringen van de Amerikanen gaat de Iraakse regering ook pogingen doen om shi’ieten en sunnieten te verzoenen. In de loop van de bezetting hebben militanten van deze groepen gelovigen in toenemende mate een tweezijdig schrikbewind gevoerd. Bovendien wordt er nog een ander conflict uitgevochten: tussen ‘vaderlandslievende sunnieten’ die indertijd aanhangers van Saddam waren, en andere militanten, overigens van hetzelfde geloof, die Al-Qaeda steunden. De dagen waarin Saddam er door president Bush van werd beschuldigd, ‘nauwe banden’ met de terreurorganisatie te onderhouden, horen tot de vergeten geschiedenis.

Het Amerikaanse beleid in Irak aarzelt op het ogenblik tussen diplomatie en gebruik van meer geweld, waarbij er voortdurend het risico is dat het geweld de resultaten van de diplomatie tenietdoet. Intussen is in de binnenlandse politiek een impasse ontstaan. De Democraten hebben wel een meerderheid in het Congres, maar die is niet groot genoeg om de president tot een duidelijk alternatief te dwingen, en bovendien is zo’n alternatief er niet. In de publieke opinie groeit de weerzin tegen de uitzichtloze oorlog, maar weerzin alleen is niet voldoende om tot grondslag van een andere, uitvoerbare politiek te dienen.

Iran heeft zich tot de werkelijke tegenstander in het Midden-Oosten ontwikkeld. President Ahmadinejad heeft er geen misverstand over laten bestaan dat hij deze positie op prijs stelt: ontkenning van de Holocaust, onverzoenlijkheid jegens Israël, verdere ontwikkeling van het kernenergieprogramma en nu het oppakken van vijftien Britse zeelieden.

Valt aan dit alles iets te doen? Op het ogenblik houdt de Amerikaanse vloot grote manoeuvres in de Perzische Golf, met twee vliegdekschepen. Wat doe je met vliegdekschepen tegen bermbommen? Is een oorlog tegen Iran, nu, onder deze omstandigheden in het Midden-Oosten en met de gespletenheid in de Amerikaanse publieke opinie geloofwaardig?

Hoe treurig het ook mag zijn om dat te zeggen, het bewind van president Bush heeft meer dingen gedaan die door anderen tot het laatste ogenblik niet voor mogelijk werden gehouden. Misschien hangt het samen met de psychologische structuur van deze regering, de ‘state of denial’, zoals Bob Woodward het genoemd heeft. De hardnekkige ontkenning, of het niet zien van de onwenselijke werkelijkheid. In ieder geval wordt er niet gepraat met Iran, er worden grote manoeuvres gehouden. En met de ervaring van vijf jaar geleden vraag je je af of onze regering ook deze keer in het geheim gepolst is.