De allochtone elite is intellectueel lui

Het debat over dubbele nationaliteit laat vooral een gebrek aan zelfreflectie bij de allochtone elite zien.

Dat is nog erger dan de straattaal van Wilders.

Paul Scheffer stelt in zijn stuk over de dubbele nationaliteit de vraag waarom de Marokkaanse en Turkse Nederlanders niet in opstand komen tegen de bemoeizucht van de landen van herkomst (nrc.next, 22 maart). Maar wat het debat over de dubbele nationaliteit vooral opnieuw zichtbaar maakt, is het gebrek aan zelfreflectie onder de betrokken allochtone elite en de allochtone woordvoerders.

Je zou toch denken dat na 11 september 2001 en de Fortuynrevolte een nieuwe allochtone elite moet zijn opgestaan. Een die zich richt op een dialectische argumentatie met de samenleving, die weet eigen standpunten met verve aan de orde te stellen en te anticiperen op de vragen en de kwesties die leven bij de burgers, autochtoon en allochtoon. Maar niets is minder waar.

Nebahat Albayrak is een politiek talent, zoals het heet. Maar in deze kwestie is haar reactie zwaar teleurstellend. De Turkse grondwet is maar een dode letter, aldus Albayrak. Misschien kun je dat als gewone burger met twee paspoorten in je achterzak stellen.

Maar hoe consistent en consequent kom je als bewindsvrouw met een van de lastigste portefeuilles – Asielzaken – over op de burger als je de lusten van je Turkse paspoort wilt behouden, maar de wetten van dat land bagatelliseert?

Ook de organisaties van allochtonen – als ze al iets van zich laten horen – komen niet verder dan zich te beklagen over Wilders en zijn kwade bedoelingen. Betreurenswaardig voorspelbare reacties en het beste bewijs van gebrek aan het intellectuele vermogen om het debat over de principes te scheiden van de persoon of de politieke kleur die het debat heeft aangezwengeld.

Geert Wilders heeft namelijk wel degelijk een punt. In een samenleving met een groeiend aantal burgers met twee nationaliteiten op de hoogste en gevoeligste politieke functies is het niet meer dan legitiem om te zoeken naar leidende principes over hoe hier mee om te gaan.

Zelf beschik ik sinds 2003 – in de betere tijden toen de liberaal gezinde president Khatami nog in Iran aan de macht was – naast mijn Nederlandse, ook over een Iraans paspoort. Ik vond het, en vind het nog steeds, niet gek dat mijn autochtone medeburgers daarover vragen stellen. Al vind ik persoonlijk dat ik prima als burger kan functioneren met twee paspoorten in mijn zak.

Ook ik vind dat een bestuurder vooral op zijn daden beoordeeld moet worden. Maar het is toch niet gek als de autochtone burgers – de overgrote meerderheid van burgers – van dit land om opheldering vragen over deze nieuwe situatie waarin hun hoogste bestuurders formeel ook onderdanen van een andere staat zijn? Het is toch niet meer dan legitiem dat ook over dit voortvloeisel van de multiculturele samenleving behoefte is aan debat over wat redelijk is? En een debat komt toch niet op gang zonder het tegenover elkaar zetten van de botsende belangen en principes om tot een afweging te kunnen komen?

Dat dit debat zoveel irritatie oproept bij de politieke elite en allochtone woordvoerders, zegt meer over hen dan over Wilders. Hun intellectuele luiheid is tien keer meer beschamend dan de populistische straattaal waarmee Wilders zijn punt probeert te maken.

Shervin Nekuee is socioloog en tevens auteur van het boek ‘De Perzische Paradox’. Hij maakt programma’s voor het Amsterdams Cultuur- & Debatpodium Marhaba.

Het artikel van Paul Scheffer ‘Het doolhof van de dubbele nationaliteit’ is na te lezen op www.nrc.nl/opinie