Congres gaat strijd aan met Bush om Irak

Na een stemming gisteren in de Senaat is president Bush niet langer zeker van geld om de oorlog in Irak te continueren. Een gevecht over de financiering van de oorlog is aanstaande.

In een onverwachte wending is het Congres gisteren voor het eerst voltallig achter terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak gaan staan. Het betekent niet dat president George W. Bush wordt gedwongen zijn aanpak van de oorlog meteen te veranderen. Maar door de verrassende ontwikkeling is niet langer zeker of Bush de komende periode over het geld zal beschikken om de oorlog te continueren.

Republikeinen waren geschokt na de stemming in de Senaat, waarvan het resultaat tot op een laat moment ongewis was. Senator John McCain, die door zijn steun aan de oorlog steeds minder kans maakt op het presidentschap volgend jaar, fulmineerde dat „een tweedejaars op [de militaire academie] West Point je kan vertellen dat de aankondiging van het einde [van de oorlog] een recept voor een nederlaag is”. Ook het Witte Huis sprak in bittere termen over de stemming – maar tegelijk leek het zich al te plooien naar de nieuwe realiteit.

Verschillende scenario’s zijn nu mogelijk. Maar een openlijk gevecht over de financiering van de oorlog, dat een paar maanden geleden nog ondenkbaar leek, is waarschijnlijk geworden. Het Pentagon voert alvast de druk op: 15 april – over ruim twee weken – is de kas leeg, zei minister van Defensie Gates vorige week.

De omwenteling in het Congres kwam gisteren zo onverwacht omdat tot nu toe alleen het Huis van Afgevaardigden zich achter troepenterugtrekking had geschaard. In de Senaat slaagden Republikeinen er telkens in stemmingen met procedures te blokkeren, zodat het voltallige Congres – in zowel het Huis als de Senaat hebben Democraten de meerderheid – niet tot een uitspraak kwam. Daarmee kon de president tot gisteren nooit een alternatieve aanpak in Irak voorgelegd worden.

Drie niet ingecalculeerde gebeurtenissen in de afgelopen vijf dagen doorbraken die patstelling – waardoor de wereld van Bush er nu een stuk ingewikkelder uitziet dan een week geleden.

De wending werd vorige week vrijdag ingeleid met een stemming in het Huis. Democraten leken het onder leiding van voorzitter Nancy Pelosi niet eens te worden over een voorstel van gefaseerde troepenterugtrekking. Progressieve Democraten vonden het niet ver genoeg gaan (zij willen een onmiddellijke stopzetting van de financiering van de oorlog), gematigde Democraten geloofden niet in tijdschema’s voor terugtrekking.

Pelosi bevestigde haar reputatie van vaardig beroepspoliticus. Ze wist een minieme meerderheid achter een gefaseerde troepenreductie te krijgen. En ze bedacht een essentieel slimmigheidje: ze maakte de troepenreductie onderdeel van een noodwet waarmee Bush recentelijk 120 miljard dollar extra vroeg voor de troepen in Irak en Afghanistan.

Vervolgens bleek afgelopen maandag dat de Republikeinen (GOP) in de Senaat niet langer een stemming over Irak wilden blokkeren. Zij waren bovendien vol zelfvertrouwen: de eigen rijen waren gesloten, conservatieve Democraten dreigden met de GOP mee te stemmen. Maar voor de Republikeinen voltrok zich in de laatste uren van het debat gisteren de ene ramp na de andere. Chuck Hagel, conservatief uit Nebraska, deelde de doodklap uit door met de Democraten mee te stemmen. „Er is geen militaire oplossing in Irak”, galmde zijn stem door de Senaat.

Formeel is na de stemming de stand van zaken dat het Huis en de Senaat een compromis moeten sluiten over de verschillen uit hun beider wetten. Die verschillen zijn klein – de één wil volgend jaar april alle troepen teruggetrokken hebben, de ander in oktober. Als daarover over een paar weken een compromis is bereikt, gaat de wetgeving naar Bush.

De president kan dan – dat is het waarschijnlijkste scenario – een veto over de wet uitspreken. Het is zijn constitutionele recht en hij heeft er al mee gedreigd, een dreigement dat het Witte Huis gisteren na de stemming herhaalde.

Maar een presidentieel veto is in dit geval riskant. Door het handigheidje van Pelosi zou Bush daarmee zelf de financiering van de troepen in gevaar brengen. De Democraten hebben hun voorstel voor troepenreductie immers ingebracht in een noodwet waarmee Bush recentelijk 120 miljard dollar extra geld voor de oorlog vroeg. Als de president die wet afwijst, komt ook het geld voor de troepen er niet.

Daarom galmden gisteren al de namen van Bill Clinton en Newt Gingrich door de gangen van de macht in Washington. Zij voerden in de tweede helft van de jaren negentig – Clinton als Democratisch president, Gingrich als Republikeins voorzitter van het Huis – een pokerspel over de federale begroting op, waarbij Clinton weigerde bezuinigingen te accepteren die Gingrich noodzakelijk vond. Clinton sloot daarop alle federale kantoren, en Gingrich werd na een lange impasse gedwongen zich te matigen.

Bush kan nu hetzelfde doen door het geld voor de oorlog telkens opnieuw van het Congres te vragen, de eisen die het Congres stelt te negeren, en zo te zorgen dat het Congres het risico op zich neemt van onderfinanciering van de troepen.

Er is één verschil, zeggen Democraten: Clinton was een geliefde president, en Bush is door de oorlog chronisch impopulair. Dus zullen zij, te midden van de slag om de financiering van de oorlog, hem nog vele malen aan zijn falende oorlog herinneren. „Dit is geen strijd, dit is een langetermijncampagne”, zei de Democraat Chuck Schumer gisteren.