Brian Ferry covert Dylan gedoseerd

Concert: Bryan Ferry. Gehoord: 27/3 HMH, Amsterdam-ZO.

Het lijkt een pas op de plaats, Bryan Ferry die een cd met Bob Dylan-covers heeft opgenomen. Dylanesque heet het werkstuk en voor fans is het even slikken dat het beloofde nieuwe album van Roxy Music alweer langer op zich laat wachten. Ferry (61) is niet zo’n productief songschrijver en zo’n cover-album houdt alleen maar op. Hoe dan ook, de eeuwige dandy van de Britse art-rock blijft de meester van de smaakvolle covers. Vaak balanceert hij op de rand van kitsch en goede smaak; zo ook op Dylanesque dat varieert van potsierlijk (een easy listening-versie van Positively 4th Street) tot romantisch (een teder Make you feel my love).

Bryan Ferry bracht zijn Dylan-variaties gisteren gedoseerd, ingebed in een ruime keuze uit zijn overige solomateriaal. Een grote band met drie gitaristen, waaronder oudgediende Chris Spedding, stond hem bij. Met zijn bekende houterige elegantie brachten ze eerst de opzwepende sixties-song The ‘In’ Crowd, voordat ze zich waagden aan Dylan. In Just like Tom Thumb’s blues bleek meteen al dat Bryan Ferry, met zijn melancholieke ondertoon en afgepaste vibrato, eigenlijk te mooi zingt voor Dylanmateriaal. De monotonie van het lied kwam nu des te meer uit en Ferry’s uitstekende mondharmonicaspel maakte er bijna authentieke rhythm & blues van, waar Dylan zelf meestal niet meer dan een schel misthoorngeluid laat horen.

Niet alles werkte even goed: Ferry’s aanmoedigingen om het uit de stoelen opgeveerde publiek mee te laten klappen met The times they are a-changing was tamelijk misplaatst bij een ooit zo veelzeggende protestsong. Voor het keurig recht vooruit gezongen All along the watchtower miste hij de dwarse timing die het origineel veel spannender maakte. Wel was er een Jimi Hendrix-achtige solo van de piepjonge gitarist Ollie Thompson. Met zijn voor het eerst in 1973 vertolkte versie van A hard rain’s a-gonna fall liet Ferry nog eens overtuigend horen dat The Byrds niet de enigen waren die een Dylansong volledig naar hun hand konden zetten.

Tussendoor zong hij solosuccesen als Casanova en Tokyo Joe, tot groot plezier van de fans. Veel bijval was er voor het opgewonden Let’s stick together en een afgeraffeld Love is the drug, anderhalf keer zo snel als het beheerste tempo waarmee het eind jaren zeventig menige discodansvloer in beweging bracht.

Ferry’s hart was duidelijk bij Dylan: zijn ingetogen Gates of Eden was het eerbiedige hoogtepunt van de avond.