Bijles voor hockeytalent

Bij het Titans Hockey College krijgt hockeytalent één avond in de week een training van coaches en spelers uit de Nederlandse hoofdklasse. „De opleiding is levensvatbaar doordat er ook een marketingstrategie achter zit.”

Het is de tweede keer dat de Poolse hockeyinternational Miro Jusczak de gasttraining heeft verzorgd en weer is ze hem opgevallen. „Het kleinste meisje van de groep, met die rode schoenen, zag je die?” vraagt de technicus van Laren. „Het zou me niet verbazen als die het Nederlands team haalt.” De 13-jarige Rose van Rooijen zit intussen in het clubhuis van Hilversum. Met een bezweet voorhoofd buigt ze zich over een landkaart van Nederland. Ook huiswerk is belangrijk bij de talentopleiding Titans Hockey College.

Het is het tweede seizoen dat de meest talentvolle jeugdhockeyers van Midden-Nederland zich zo’n twintig woensdagen verzamelen voor trainingen van coaches en spelers uit de Nederlandse hoofdklasse. „Training die ze bij hun clubteams niet krijgen”, verduidelijkt Maurits Hendriks, de bondscoach van de Spaanse hockeyers die als concept and quality director aan Titans is verbonden. „De doelstelling is de beste hockeyers een avond in de week individueel de best mogelijke aanvullende training en aandacht te geven.”

De hockeytalenten, die op techniek, tactiek, mentaliteit en motoriek worden geselecteerd voor Titans in clinics en kampen, zijn tussen de twaalf en zestien jaar. „Dat is de ideale leeftijd hiervoor”, stelt medeorganisator Bas Bruin. „Het kinderlijke is eraf en hun leven is redelijk geregeld. Ze wonen gewoon thuis, waar ze niet zelf voor hun eten en was hoeven te zorgen. Ze gaan naar school, maar hebben nog niet de druk van examens.”

Titans werkt volgens het Amerikaanse college-systeem. De middelbare scholieren komen op Sportpark Loosdrecht aan in hockeykleding, trainen, eten en krijgen huiswerkbegeleiding. Een pabo-stagiair controleert de rapportcijfers en helpt waar nodig: wie wekelijks wil hockeyen onder het oog van bijvoorbeeld de Australiër Jamie Dwyer of de Pakistaan Sohail Abbas moet presteren op school.

Op het kunstgrasveld trainen drie jongens hun strafcorner onder begeleiding van Adel Fuentes, coach bij overgangsklasser Laren en assistent bij de nationale ploeg van Argentinië. „Lekker jongens! Op deze manier gaat het helemaal nergens over!” klinkt het over het sportpark. Na kleine aanwijzingen weet het drietal de bal beduidend gerichter te slaan. Fuentes, lachend: „Nu denk je vast dat je goed bent! We maken het moeilijker!” Na afloop bekijkt het trio de slagen op videobeelden terug.

Titans, dat zich ook op tennis-, golf- en polotalent wil gaan richten, is voornemens het Hockey College uit te breiden met trainingen in Amsterdam, Den Haag en Eindhoven. Verder wordt voorzichtig geëxperimenteerd in Argentinië, Spanje, de Verenigde Staten, België en Ierland. Hendriks: „Ik heb wel meer ideeën over talentopleiding gehoord, maar Titans is levensvatbaar doordat er naast een ontwikkelingstrategie ook een marketingstrategie achter zit.” Het plan dat sponsors over de streep moet trekken rept van potentiële hoofdklassehockeyers met hoogopgeleide en sociaal succesvolle ouders en populair bij klasgenootjes: ‘voorbeeldkinderen’.

Dat wil volgens Hendriks niet zeggen dat een zeldzaam hockeytalent uit een achterstandswijk in plaats van uit ’t Gooi niet kan toetreden tot het Titans College, dat 750 euro per seizoen vraagt. „Het feit dat de ouders van een kind de opleiding niet kunnen betalen, mag geen criterium zijn. Met Titans en de sponsors zijn we sterk genoeg de financiering voor zo’n kind rond te krijgen.”

Voor de hockeyers met onmiskenbare aanleg zijn beurzen te verdienen. Rose van Rooijen kwam op die manier bij Titans. „Ik heb een scholarship voor het eerste jaar gewonnen bij een zomerkamp en nu betalen mijn ouders het. Het bevalt heel goed, want ik train beter dan bij mijn vereniging Hilversum. Ik wil zo ver mogelijk komen, natuurlijk bij het Nederlands team. Ik zou nu het liefst nog verder trainen, maar ik heb een toets over topografie .”

Hoewel een deel van de spelers straks terecht kan komen bij vertegenwoordigende teams van de Nederlandse hockeybond, heeft Titans geen samenwerking met de KNHB. „Vooral in kleinere landen moet die wel worden gezocht”, vindt Hendriks. „Weinig landen zijn zo goed georganiseerd in hockey als Nederland. Hier fungeert zoiets naast een bond, maar in landen met kleine organisaties, geen opleidingssysteem en zonder technisch apparaat is dat anders.”

Miro Jusczak zegt in Polen geen instantie als Titans te hebben gemist. „Maar ik kom dan ook uit een hockeyfamilie. Ik had broers die mij bepaalde slagen konden leren. Daarom vind ik het leuk dat over te brengen. Misschien kan ik over een paar jaar wel zeggen dat ik de Nederlandse internationals zo goed heb gemaakt.”