Bankspeculaties

Europa praat weer over grote bankfusies. Het dingen naar de hand van het Nederlandse ABN Amro door het Britse Barclays kan het startsein zijn voor een langverwachte golf van grensoverschrijdende transacties. Het zou zomaar kunnen, maar er zijn ook goede redenen om behoedzaam te zijn.

Het is lang wachten geweest. De speculaties over megafusies begonnen al met de komst van de euro eind jaren negentig, maar sindsdien is er niet veel gebeurd. Noch de aankoop van het Britse Abbey door de Spaanse Banco Santander in 2004, noch de overname van de Duitse HVB door het Italiaanse Unicredito in 2005 heeft tot soortgelijke transacties geleid, hoewel die destijds wel werden verwacht.

Maar het feit dat ABN Amro nu in een internationaal overnamespel verwikkeld is geraakt, toont aan dat de omstandigheden voor regionale overeenkomsten nu gunstiger zijn dan twee jaar geleden. Daar zijn diverse redenen voor. Om te beginnen verdienen de Europese banken heel veel geld: het tempo van de winstgroei per aandeel is in 2006 verdubbeld naar 19 procent, aldus onderzoeksbureau Fox-Pitt Kelton. De economie is ook sterker geworden. De Europese banken zullen zich nu wel tweemaal bedenken vóór ze te hoge prijzen neertellen.

Bovendien: een van de grootste traditionele hinderpalen voor transacties – de protectionistische reflex van toezichthouders – is zwakker geworden. Antonio Fazio, de vroegere gouverneur van de Italiaanse centrale bank, was ooit een eenmansleger als het op protectionisme aankwam, maar die is inmiddels zijn baan kwijt, zodat BNP Paribas een middelgrote Italiaanse bank heeft kunnen overnemen. Nout Wellink, de president van De Nederlandsche Bank, heeft zijn mond gehouden sinds hij vorige maand door Brussel werd terechtgewezen nadat hij had geprobeerd om ABN Amro te beschermen.

Maar twee andere belangrijke obstakels voor fusies en overnames blijven onverminderd overeind. In de eerste plaats is het niet duidelijk of grote grensoverschrijdende fusies veel waarde scheppen. Bankieren is nog steeds vooral een lokale aangelegenheid.

Het tweede probleem wordt gevormd door de ego’s van de topmanagers. Verscheidene grote transacties hebben schipbreuk geleden op persoonlijke conflicten.

Waardoor kan de sector tot meer activiteit worden aangezet? Beleggers kunnen een rol spelen. Druk vanuit hedgefondsen (TCI) heeft er mede toe geleid dat ABN Amro-topman Groenink bereid was om te onderhandelen.

Wie volgt? Een voor de hand liggende katalysator is een stap van een van de grote Amerikaanse banken. Die denken al jarenlang na over overnames in Europa. Als een van hen tot actie overgaat, is ontsnapping alleen nog mogelijk als je ervoor hebt gezorgd dat je té groot bent geworden om in één keer door te slikken. Een combinatie van ABN Amro en Barclays vertegenwoordigt een onverteerbaar hoge marktwaarde van 160 miljard dollar. De resterende grote banken van Europa zouden dat voorbeeld wel eens kunnen gaan volgen.

Mike Verdin

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld