An Englishman abroad

De rubriek Bijzien zet nieuwe films in een bredere context. Deze week hoe de Britten op reis beschaafd proberen te blijven, naar aanleiding van de komedie ‘Mr. Bean’s Holiday’.

Al eeuwen voor het massatoerisme opkwam, ging de welgestelde Brit op ‘Grand Tour’ door Europa. Daarna was je volwassen en cultureel fijnbesnaard. Van Londen naar Calais, dan naar Parijs, en via Zwitserland naar Italië. Terug via Duitsland, Nederland en België. De vele films waarin snobistische Britten uit de gegoede burgerij in Italië vertoeven en daar soms tot hun schrik moeten communiceren met vulgaire Amerikanen of temperamentvolle Italianen zijn een residu van deze traditie. Maggie Smith en Joan Plowright hebben zich, in films als A Month by the Lake (1995) en Tea with Mussolini (1999), gespecialiseerd in het neerzetten van hautaine dames, overtuigd van de superioriteit van hún cultuur maar zich tegelijkertijd vergapend aan de schoonheid van de Latijnse man en het mediterrane landschap.

Het beschavingsideaal dat besloten lag in de Grand Tour is vervlogen. Engelsen gaan niet meer naar Parijs om Frans te leren of naar Florence om de meesterwerken van de Renaissance met eigen ogen te aanschouwen. Mr. Bean zegt in Mr. Bean’s Holiday op alles wat hem gevraagd wordt domweg ‘oui’, waardoor hij tegen heug en meug opgescheept raakt met een groot bord fruits de mer.

Het lijkt tegenwoordig wel of Engelsen hun beschaving – of wat daar nog van over is – achterlaten zodra ze op reis gaan en en masse de befaamde vakantieplekken in Europa aandoen waar het niet altijd regent, zoals thuis: Lloret de Mar, Mallorca en de Côte d’Azur, ook de eindbestemming van Mr. Bean. In Morvern Callar (Lynne Ramsay, 2002) reist Morvern na de zelfmoord van haar vriend naar Ibiza, waar duidelijk wordt waarom de reputatie van Engelsen op vakantie zo slecht is. Ze zijn luidruchtig, altijd dronken of anderszins beneveld, vernietigen het interieur van hun kamers en zijn alleen uit op seks. Waar is de kenmerkende Britse gereserveerdheid gebleven?

Zijn de eilandbewoners dan minder anders dan ze misschien denken? Meer Europeaan dan ze willen zijn? In hun films gaat het juist vaak om het afschudden van deze ‘Britsheid’, als een soort exorcisme. Als Britten naar het buitenland gaan, verdwijnt de ‘stiff upper lip’. Zo gaat Shirley Valentine, de tegen zichzelf pratende, verveelde huisvrouw met een sleurhuwelijk, in de gelijknamige film uit 1989 naar Griekenland, waar ze een gepassioneerde romance begint met een besnorde Griekse kelner, die in tegenstelling tot haar botte echtgenoot wel begrijpend, poëtisch en lief is. Eerder had de Engelsman Basil zichzelf in Griekenland al opnieuw uitgevonden in de klassieker Zorba the Greek (1964). Door bevriend te raken met levensgenieter Zorba wordt de wat kleurloze intellectueel Basil ook levenslustig en joviaal en leert hij de aardse geneugten te waarderen. Net als in A Room With a View en Enchanted April (1992) staat het (mediterrane) buitenland voor romantiek en bevrijding en is de reis die gemaakt wordt vooral mentaal.