Amerikanen en Japanners kunnen niet om mij lachen

Rowan Atkinson is in Amsterdam voor de première van de speelfilm ‘Mr. Bean’s Holiday’.

Een interview met de nog onopgemaakte komiek.

Het is maandagmiddag vijf uur. Rowan Atkinson is net per vliegtuig uit Londen aangekomen en wrijft in het kwartiertje dat hij tijd heeft voor dit interview steeds in zijn ogen. De Britse komiek is een paar dagen in Amsterdam voor de première van de speelfilm Mr. Bean’s Holiday. Straks zal hij op een huurfiets naar Tuschinski gaan, voorlopig zit hij in een van de twee leunstoelen in een ampele, lege zaal van het Amsterdamse Amstelhotel. Het enige andere meubelstuk is een provisorische kaptafel waar een spiegel en een make-upkoffertje op staat.

Bent u opgemaakt?

„Nee, nog niet. Maar straks moet ik Mr. Bean worden.”

De gelijkenis is al treffend. Wat moet er nog gebeuren?

„Mijn scheiding moet opzij worden gekamd. Dat is alles. Dan stap ik Bean binnen.”

Als ik mensen vertel dat ik u ga spreken, zijn er twee reacties. Sommigen zeggen: Ha, Mr. Bean! Anderen zeggen: Ha, Blackadder! U schijnt uw fans te hebben verdeeld.

„Het zijn natuurlijk twee volkomen verschillende karakters. Ik ben zelf ook verdeeld: ik vind ze allebei even leuk. Blackadder is een verbaal begaafde ijdeltuit, Bean een zwijgende, naïeve stuntel. Blackadder is erg, erg Engels. Jullie Nederlanders begrijpen het nog wel, maar Amerikanen en Japanners vinden er niets aan.”

Wel aan Mr. Bean.

„Ja, hoewel het in de VS ook meer een cult-figuur is. Amerikanen hebben gewoon geen buitenlandse tv-programma’s nodig. Die hebben zelf genoeg. Dat is geen kwestie van cultuur, hoor. Als ze het zien, kunnen ze er wel om lachen. Maar ze krijgen het gewoon niet te zien.”

Het is al lang geleden dat u een tv-programma heeft gemaakt. Waarom eigenlijk?

„De laatste keer was in 1996, The Thin Blue Line. Je wordt de filmwereld binnen gevleid en dan wil je er nooit meer uit. Het is de mooiste visuele vorm. Het enige nadeel is dat het allemaal zo lang duurt. Tv gaat heerlijk snel. Film is een kluif. We zijn tweeënhalf jaar met Mr. Bean’s Holiday bezig geweest.

Bent u nooit bang dat uw grappen in die tijd opdrogen?

„Jazeker. Dat is waarom ik zo’n hekel heb aan de opnames. Onder het oefenen bedenk ik de grappen. Dan ga ik met een paar vrienden in een kamer zitten, zonder enige druk of haast. Maar als je dan in de heuvels van de Provence staat, met een crew van 120 man en een budget van miljoenen dollars, dan is het niet leuk meer. Daar zie ik verschrikkelijk tegenop.”

Zijn er nog wel mensen die u durven te zeggen als u níet grappig bent?

„Jawel. De regisseur. En ikzelf. Ik heb altijd het gevoel dat het beter kan.”

Wanneer merkt u voor het eerst dat uw gezicht grappig was?

Toen ik twintig was. Ik studeerde elektronica in Oxford en was gevraagd om een sketch te doen voor een studentenavond. Omdat ik niet zo’n goeie schrijver ben, ging ik voor de spiegel staan en trok een paar gekke gezichten. Zo ben ik het podium opgegaan als een man die een papiertje aan mensen in het publiek probeerde te geven, maar niemand die het wilde aannemen.

En dat vonden ze grappig?

„Ja. En sindsdien heb ik nooit meer voor de spiegel gestaan. behalve bij het scheren dan.”

David Beckham zijn benen zijn verzekerd en ik geloof van Jennifer Lopez haar billen. Is uw gezicht verzekerd?

„U vergelijkt mijn gezicht met de billen van Jennifer Lopez? Hmm. Voorzover ik weet zijn er geen losse onderdelen van mij verzekerd.”