‘Alles is gemonteerd’

Ruud van Empel begon in de jaren ’90 met schaar en lijm voor ‘Kreatief met Kurk’.

Nu werkt hij met de computer en manipuleert tot het beeld perfect is.

We kijken naar een foto van een zwart meisje in een glanzend oerwoud. Ze staat daar een beetje stijf in haar zondagse jurk, met een tasje voor haar buik geklemd. „Die zijn van mij”, zegt Ruud van Empel over haar gehaakte witte handschoentjes. „Ik heb voor de foto mijn handen zwart geschilderd omdat ik anders al die gaatjes had moeten vullen.”

Niet alleen de handen zijn op deze foto niet echt. Ook het jurkje heeft Van Empel op de computer gemaakt van foto’s van lapjes stof. Net zoals het oerwoud een collage is van tientallen foto’s en het meisje zelf ook. Ze bestaat uit tientallen snippertjes van kinderen die Van Empel in zijn studio fotografeerde. „Het ooglid is er op gezet, de pupil, de schittering in de pupil, de bovenlip, de onderlip, de linker neusvleugel, de schaduw op de neusvleugel.” Alles is gemonteerd. Uit losse elementen heeft Van Empel iets nieuws gemaakt. Zijn foto’s doen zich voor als registraties van de werkelijkheid, maar ze zijn het resultaat van weken en maanden zwoegen achter de computer tot het helemaal klopte.

In museum Het Valkhof in Nijmegen laat Ruud van Empel (48) op zijn eerste overzichtsexpositie zien waar hij de afgelopen tien jaar aan heeft gewerkt. Er hangen zo’n veertig foto’s uit diverse series. Hij begon begin jaren negentig met een paar collages met schaar en lijm. In die tijd deed hij de vormgeving van tv-series als Kreatief met kurk van Arjan Ederveen. Daar schiep hij kleine werelden en sferen. Toen de creatieve rek ook bij de VPRO verdween, ontdekte hij de Apple-computer als plaats waar je naar hartelust kon experimenteren. Met Photoshop kon hij alles exact maken zoals hij het wilde.

Als hij nu zijn vroege werk terugziet vindt hij het wat ‘klungelig’. „Er zitten veel fouten in: lijntjes verspringen, het perspectief klopt soms niet. Als het maar een beetje realistisch overkwam was ik al tevreden. En het had zeker charme. Ik ben technisch enorm vooruit gegaan, maar het werk is in wezen nog hetzelfde.” Hij heeft overwogen om geen foto’s meer te gebruiken en alle elementen zelf in 3D te ontwerpen op de computer. „Dat bleek moeilijk en als je een arm wilt draaien moet de computer een hele nacht rekenen.” De sfeer zou ook te computerig worden. „Het moet realistisch lijken.”

Van Empel heeft veel series gemaakt van kinderen. „Ik wil onschuldige beelden maken. Ik heb geen talent voor de donkere kant van het leven. Ik probeer mensen als symbolen uit te beelden, zonder verhaal. Dat gaat vaak beter met kinderen omdat die nog niet veel persoonlijkheid hebben. Daardoor worden het symbolen, bijna standbeelden, die een gevoel uitstralen. Iets moet verstild en tijdloos zijn om er van te kunnen genieten. Mensen moeten er zelf hun fantasie op kunnen loslaten.”

Dat de figuren op zijn foto’s zo onthecht lijken, laat zich volgens hem vergelijken met de daguerreotypen uit de negentiende eeuw. „Je weet op die foto’s vaak niet wie er op staan en door wie ze zijn gemaakt.” Van Empels werk roept ook associaties op met schilders als Henri Rousseau (mens en oerwoud) en magisch-realisten als Willink en Magritte (verstilde mensen). Van Empel begrijpt die gedachte maar legt uit dat zijn werk daar niets mee te maken heeft. „Het gaat me niet om verschillende werelden te confronteren. Ik ben eerder geïnspireerd door een schilder als Otto Dix met zijn eerlijke portretten waarop hij mensen lelijk durft af te beelden. En de zwaar psychologische portretten vol spanning van Edvard Munch. Ik streef geen navolging na, ik vind hun werk interessant.”

Van Empels werk verkoopt goed, ook internationaal. In Nederland hebben het Groninger Museum en het Scheringa Museum werk van hem. Het Stedelijk Museum of Museum Boijmans Van Beuningen niet. „Daar kom je niet zo gauw tussen. Ik val een beetje buiten de Nederlandse smaak.”