Aantasting nationale soevereiniteit

In het artikel `Met genocide kom je niet makkelijk weg` (NRC Handelsblad, 16 maart) wordt gewezen op de groei van het aantal internationale tribunalen tegen oorlogsmisdaden, foltering, misdaden tegen de menselijkheid en genocide. Opgemerkt wordt dat de mogelijkheden van berechting sterk afhankelijk blijven van de `politieke conjunctuur`.

Die politieke conjunctuur wordt in sterke mate bepaald door politieke en militaire macht en laat daarom binnen het huidige internationale rechtssysteem een belangrijk vergrijp tegen de internationale rechtsorde onbestraft: de gewelddadige aantasting van de nationale soevereiniteit. Zo heeft de onrechtmatige aanvalsoorlog van de VS tegen de soevereine staat Irak onnoemelijk veel menselijk leed veroorzaakt.

Tot nu toe heeft geen enkel internationaal rechtsorgaan of een nationale staat aanstalten gemaakt deze misdaad tegen de nationale soevereiniteit aan te klagen.

In 1933 stelde president Roosevelt tijdens de ontwapeningsconferentie in Genève voor dat iedere staat die een gewapende macht over de grens van welke andere soevereine staat dan ook zendt, automatisch door de andere staten als agressor bestempeld zou worden.

Dit voorstel was natuurlijk gericht tegen de dreigende agressie van Hitler-Duitsland. De bescherming van de nationale soevereiniteit zou, gezien de ervaringen van de Tweede Wereldoorlog, een belangrijk element worden van het Handvest van de Verenigde Naties. Het zal wel de door de huidige VS-regering gedicteerde `politieke conjunctuur` zijn die de agressie tegen de nationale soevereiniteit van Irak tot nu toe onbestraft laat.