Zoeken naar zwakke plekken Erdogan

Openbare aanklagers in de Turkse hoofdstad Ankara onderzoeken of premier Erdogan vervolgd moet worden omdat deze de leider van de Koerdisch-extremistische PKK, Abdullah Öcalan, „mijnheer” genoemd zou hebben. Erdogan zou dat gedaan hebben in 2000, voordat hij premier werd, in een vraaggesprek met een Australisch radiostation.

In Turkije is het verboden criminelen (en zeker terroristen) te prijzen. Ahmet Türk, de leider van de pro-Koerdische DTP-partij, werd onlangs tot zes maanden cel veroordeeld omdat ook hij Öcalan als „mijnheer” aanduidde. Tussen Türk en Erdogan zijn er twee belangrijke verschillen. Türk gebruikte de term „mijnheer” bewust, terwijl er in het geval van Erdogan waarschijnlijk sprake is van een verspreking. Erdogan loopt ook niet het risico van een gevangenisstraf. Erdogan is zowel parlementslid als premier en geniet onschendbaarheid.

Maar de premier loopt wel het risico dat zijn imago in Turkije, flinke schade oploopt. En dat is, zo wordt algemeen gedacht, ook de achtergrond van dit justitiële onderzoek.

Het seculiere kamp wil koste wat kost voorkomen dat Erdogan, gehaat wegens zijn moslimfundamentalistische verleden, president wordt. Als dat gebeurt, zeggen streng-seculieren, zouden de twee belangrijkste politieke functies in Turkije (het premierschap en het presidentschap) in handen kunnen komen van politici van Erdogans AK-partij, die veel te veel sympathie koesteren voor de islam. Dat zou het einde inluiden van het seculiere staatsbestel dat Turkije sinds Atatürk heeft gekend.