Vrijheid zoeken op internet

Hoe staan islamitische jongeren in het leven? „Ze gaan meer hun eigen gang en vragen zich minder af of hun ouders het wel goed vinden.”

Sheila Kamerman

Jonge moslims vinden hun geloof steeds belangrijker voor hun identiteit. Niet zozeer omdat ouders, familie of vrienden hen daartoe pushen, maar vooral omdat ze de afgelopen jaren steeds kritisch op hun geloof worden aangesproken en zo worden gedwongen een standpunt in te nemen. Door de voortdurende maatschappelijke discussies over islamitische jongeren worden die gedwongen zich ook als zodanig te bekennen.

Dat is een van de trends onder jonge Marokkanen, Turken, en islamitische Surinamers, beschreven in ‘Van Vasten tot Feesten’, een studie naar de leefstijl, acceptatie en participatie van jonge moslims in opdracht van het instituut voor multiculturele ontwikkeling Forum. Het onderzoek werd vanmiddag gepresenteerd. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam interviewden 25 ‘sleutelfiguren’ (studenten, middelbare scholieren en werkende jongeren, onderwijzers, jongerenwerkers, wijkagenten en vrijwilligers in de moskee) uit Amsterdam en Leiden. Via hun netwerken kregen ze zicht op de leefwereld van zo’n 2.800 jonge moslims, stellen de onderzoekers.

Het geloof is belangrijk, maar jonge Turken, Marokkanen en Surinamers gaan er in het dagelijks leven heel verschillend mee om – de een doet er tamelijk losjes over, de ander is er heel serieus mee bezig. De meeste islamitische jongeren houden tradities in ere – ze gaan naar de moskee, bidden regelmatig en tijdens de ramadan vasten ze. Er is veel variatie in opvattingen en manieren waarop geloof gepraktiseerd wordt. „Je ziet”, zegt onderzoeker Dirk Korf van de UvA, „meer nadruk op de regels van de islam. Maar daarnaast ook een zoektocht naar inhoudelijke, meer spirituele verdieping.” Jongeren zoeken die zelf, vaak met behulp van internet.

Naast de studie met de sleutelfiguren, vulden 248 islamitische studenten (van hogeschool en universiteit) in Amsterdam een vragenlijst in. Als het gaat om geloof, komen uit dit onderzoek drie typen studenten naar voren. Bijna de helft van de studenten – jongens vaker dan meisjes – zijn te karakteriseren als traditionele, serieuze moslims. Dertien procent kan seculier genoemd worden, Turken en Surinamers zijn in deze groep oververtegenwoordigd. Het derde type, ongeveer veertig procent, bestaat uit moderne moslims. Zij zitten qua geloof tussen de beide andere typen in. Verhoudingsgewijs behoren veel meisjes en Marokkanen tot dat type.

‘Van Vasten tot Feesten’ is een vervolgonderzoek op ‘Van Allah tot Prada’, een onderzoek naar de leefwereld van moslimjongeren dat vorig jaar verscheen. Toen ging het om álle moslimjongeren, nu ligt de nadruk op hoger opgeleide moslimjongeren. Om te onderzoeken welke etniciteit voor de studenten het meest essentieel voelt, kregen ze de volgende vraag: ‘Als je moet kiezen uit het volgende rijtje, wat is dan voor jou het belangrijkste; Turks, Marokkaans, Surinaams, Amsterdams, Nederlands, Europees en wereldburger?’ De Marokkaanse studenten kruisten in ongeveer de helft van de gevallen ‘Marokkaans’ aan als allerbelangrijkst, bij de Turkse studenten iets meer dan de helft ‘Turks’. Ook voelen de studenten zich vaak Nederlands, maar meestal pas op de tweede of derde plaats. En de studenten voelen zich eerder wereldburger dan Europeaan.

Het meest opvallend in de trendstudie, vindt onderzoeker Dirk Korf van de Universiteit van Amsterdam, is dat de omgang tussen moslimouders en hun kinderen aan het veranderen is. „Jongeren gaan meer hun eigen gang en vragen zich minder af of de ouders het wel goed vinden.” Ook onder meisjes is er een duidelijke tendens de controle door ouders en familie te omzeilen. Internet biedt islamitische meisjes een alternatief om, zonder medeweten van de familie, afspraakjes te maken. De de ene groep durft openlijker van de leef- en denkwereld van de ouders af te wijken dan de andere. Voor meisjes is het lastiger dan voor jongens. De onderzoekers schrijven: „Zij zijn de draagsters van de morele codes van de oudere generatie – en dat staat op gespannen voet met hun eigen emancipatie. (...) Jonge moslima’s moeten dubbel voorzichtig zijn. Ze moeten oppassen voor mogelijke afkeuring door hun ouders en familie en voorkomen dat ze aangesproken worden op het te losse gedrag van hun vriendinnen en – vooral – vrienden.”

Een deel van de moslimjongeren voelt zich buitengesloten door autochtone Nederlanders. Het sterkst geldt dat voor de jeugdigen (tot en met achttien jaar), het minst voor de jongvolwassenen (twintigers, meestal met baan). Studenten voelen zich iets vaker buitengesloten dan twee jaar geleden, vooral de Marokkaanse meisjes.

Als jonge moslims veel contact hebben met andere etnische groepen, voelen ze zich minder buitengesloten. Etnische segregatie geldt sterker voor jeugdigen dan voor studenten en jongvolwassenen. Studenten komen in hun opleiding leeftijdsgenoten met een andere etnische achtergrond tegen, jongvolwassenen op het werk. Vriendenkringen bestaan meestal vooral uit jongeren met dezelfde etniciteit. Maar er zijn ook vrij veel studenten met gemengde vriendenkringen.