Tony Soprano

De liefhebber herkent hem in één oogopslag.

Op de cover van het aprilnummer van het Amerikaanse tijdschrift Vanity Fair prijkt James Gandolfini, alias Tony Soprano, terwijl een grotendeels naakte vrouw op zijn knieën rust. Tony kijkt nors en onbewogen, alsof er geen verschil is tussen de vrouw en de sigaarstomp in zijn rechterhand. In het hart van het blad heeft Annie Leibovitz ook de overige acteurs zó knap gefotografeerd, dat de hele productie, inclusief de diepgravende geschreven reportage, één grote hommage is aan wat beschouwd wordt als de beste dramaserie, ooit gemaakt door de Amerikaanse tv: The Sopranos.

Ik begon die serie te bekijken halverwege het derde, door de VARA uitgezonden seizoen (elk seizoen telt dertien afleveringen, de VARA heeft het vijfde seizoen onlangs afgesloten). Ik had dus veel gemist toen ik mijn eerste afleveringen zag. Ik heb ook geaarzeld of ik wel moest doorgaan, maar na drie afleveringen gaf ik me gewonnen en raakte ik net zo verslaafd aan de serie als de 18 miljoen Amerikanen vóór mij.

De serie is inmiddels al compleet – afgezien van de laatste negen afleveringen die vanaf april in Amerika worden uitgezonden – op dvd verkrijgbaar. Maar daar begin ik liever niet aan. Het tempo van dertien afleveringen in één seizoen bevalt me wel. Het is zonde om de bonbonschaal al te snel leeg te eten.

Wat maakt The Sopranos zo bijzonder? Per slot van rekening waren er al zo veel speelfilms over maffialeiders als Tony Soprano gemaakt.

Je zou het de ‘burgerlijke’ kant van Tony Soprano kunnen noemen die zo mateloos blijft boeien. Soprano is een grote schoft, als het moet een moordenaar van zijn beste vrienden en familieleden, maar tegelijkertijd zie je hem eenzaam verschrompelen als zijn vrouw hem in de steek laat en hij alleen nog steun kan vinden bij duurbetaalde, professionele hulp, zijn befaamde vrouwelijke psychiater.

Het is nog niet bekend hoe David Chase, de bedenker van de serie, Tony Soprano zal laten eindigen, maar ik voorzie weinig goeds voor Tony. In de slotaflevering van het vijfde seizoen zei Soprano tegen zijn psychiater: „Al mijn keuzes waren verkeerd. Het is mijn rotzooi.” Zijn bendeleden hebben onvergeeflijke stommiteiten uitgehaald, de vrouw van een hunner bleek een spion voor de FBI, kortom, hij kan niemand meer vertrouwen, behalve zijn psychiater. En misschien zijn vrouw Carmela, die hem weer in genade heeft aangenomen, op voorwaarde dat hij haar droomhuis bouwt.

Alles heeft zijn prijs in het leven van Tony Soprano.

In Vanity Fair blijkt dat Chase zijn geesteskind veel van zijn eigen ervaringen heeft meegegeven – ook die met de psychiater. Dat maakt de serie op haar beste momenten ook zo authentiek. Chase had een traumatische jeugd met een moeder die altijd op de rand van hysterie verkeerde. Toen hij twaalf was, dreigde ze zijn oog met een vork uit te steken omdat hij om een orgel vroeg. Chase gaf Tony Soprano ook zo’n jeugd en grillige moeder.

Chase haat televisie. Eigenlijk is hij een gemankeerde filmregisseur die van klassieke artfilms droomde, maar niet verder kwam dan de tv-wereld en toen maar van de nood een deugd maakte: The Sopranos, in zijn soort óók een meesterwerk.