Tate wil meer vrouwen

Vrouwelijke kunstenaars zijn niet evenredig vertegenwoordigd in de collectie van Tate Modern. Dat heeft de raad van toezicht van het Britse museum toegegeven tijdens een recente bijeenkomst, zo meldt The Art Newspaper. De Tate is van plan het evenwicht te herstellen door meer werk aan te kopen van vrouwelijke beeldhouwers en schilders.

Onder de 2914 kunstenaars die zijn vertegenwoordigd in de collectie van de Tate zijn slechts 348 vrouwen. Dat is minder dan twaalf procent. Slechts twee van de 39 grote kunstwerken die het museum in het afgelopen twee jaar heeft aangekocht waren gemaakt door vrouwen: de Britse Tracey Emin en de Spaanse Christina Iglesias.

Het zijn vooral de oudere generaties vrouwen die ondervertegenwoordigd zijn. Onder hen de Amerikaanse schilder Georgia O’Keeffe, de Mexicaanse schilder Frida Kahlo en de Britse schilder Alison Lapper. Volgens Sir Nicholas Serota, directeur van de Tate, is het „opvallend dat onder aankomende generaties kunstenaars het genderevenwicht veel gelijkwaardiger is”. Werk van vrouwen die in de jaren negentig deel uitmaakten van de zeer succesvolle Young British Artists – kunstenaars als Tracey Emin, Sarah Lucas and Rachel Whiteread – zijn wel veelvuldig aangekocht.

Beeldhouwster Barbara Hepworth is met 128 werken het best vertegenwoordigd in de Tate-collectie. Ook de Duitse Rebecca Horn (31 werken), Bridget Riley (30 werken), Louise Bourgeois (30 werken) en Cindy Sherman (29 werken) hebben niets te klagen.