Slepend proces ‘Australische Talib’

De Australiër David Hicks verscheen gisteren na een gevangenschap van vijf jaar als eerste voor de nieuwe militaire commissies op Guantánamo Bay.

De rechtszaak tegen de Australiër David Hicks, de eerste terreurverdachte die moest verschijnen voor de vernieuwde militaire commissies op Guantánamo Bay, verliep gisteren volgens de aanwezigen onoverzichtelijk.

De rechter, kolonel Ralph H. Kohlmann begon de zitting niet met het voorlezen van de aanklachten, zoals gebruikelijk in strafzaken. Aan Hicks werd aanvankelijk niet gevraagd of hij schuld bekent of ontkent. Er volgde veel discussie over procedures: de rechter stuurde Hicks’ civiele advocaat weg omdat die de regels van de commissie niet had ondertekend. Die wierp tegen dat hij dat niet kon omdat die regels nog niet helemaal zijn vastgesteld. Ook een assistente van de militaire advocaat werd weggestuurd, omdat zij geen deel uitmaakte van het leger. Hicks bekentenis volgde ‘s avonds, toen de zitting al verdaagd was.

Het improvisatorische verloop van de zaak is kenmerkend voor de gehele, slepende rechtsgang van de zogenoemde ‘Australische Talib’ Hicks. De voormalige veedrijver, haaienvanger en kangoeroevilder werd in december 2001 in Afghanistan gevangengenomen en door de VS overgebracht naar hun marinebasis op Cuba. In juni 2004 was Hicks een van de eersten van uiteindelijk tien terreurverdachten op Guantánamo tegen wie het leger officiële aanklachten formuleerde. Die aanklachten betroffen onder meer samenzwering met als doel oorlogsmisdaden te plegen, poging tot moord en het verlenen van hulp aan de vijand.

In juli 2004 was Hicks de eerste Guantánamo-gedetineerde die op een hoorzitting van de militaire commissie moest verschijnen. Een maand later had zijn proces moeten beginnen, maar dat werd uitgesteld. Ook in maart 2005 kwam het niet tot een zitting, omdat een federale rechter alle zittingen op Guantánamo Bay stillegde. Volgens die rechter had een „competent” hof eerst moeten beoordelen of een ándere gedetineerde een krijgsgevangene was die recht had op behandeling zoals vastgelegd in de Geneefse Conventies.

Die collega-gevangene was de Jemeniet Salim Ahmed Hamdan, die bekend heeft de chauffeur van Osama bin Laden te zijn geweest. Zijn zaak kwam uiteindelijk voor het Hooggerechtshof. Dat oordeelde in juni 2006 in het geruchtmakende arrest Hamdan v. Rumsfeld dat de militaire commissies ongrondwettig waren, omdat president Bush ze zonder toestemming van het Congres had ingesteld.

Hierna diende het Witte Huis een wet in waarin het berechtingssysteem licht werd aangepast. Het Congres keurde die wet afgelopen september goed. Deze ‘Military Commissions Act’ schraagt de commissies op Guantánamo met de vereiste toestemming van het Congres. Maar advocaten van terreurverdachten hebben al gezegd ook deze uitgeklede vorm van berechting te zullen aanvechten tot voor het Hooggerechtshof.

Na de nieuwe wet formuleerden de aanklagers nieuwe aanklachten, ook tegen Hicks, zij het nu niet voor poging tot moord. Hierop bekende Hicks schuld in ruil voor een mildere straf, die hem waarschijnlijk vandaag zal worden opgelegd. Australië en de VS hebben afgesproken dat hij die straf in eigen land mag uitzitten. Voor de circa 385 andere gedetineerden op Guantánamo is zo’n uitlevering nog niet rond, omdat niet uitgesloten is dat zij in hun land van herkomst gemarteld worden.