Opluchting bij sportbonden over Lottogeld

De miljoenen euro’s uit de opbrengsten van de Lotto blijven richting de sportbonden gaan. Hoeveel de bonden vanaf volgend jaar krijgen, is nog niet duidelijk.

Henk Stouwdam

De dreiging dat de sportbonden hun jaarlijkse uitkering aan Lottogelden gedeeltelijk zouden kwijtraken, is weggenomen door minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin. Hij liet de sportkoepel NOC*NSF gisteren per brief weten dat de bonden ook na wijziging van de Wet op de Kansspelen verzekerd zijn van een minimale bijdrage aan gelden uit de kansspelen.

Hoewel Hirsch Ballin over de hoogte van de jaarlijkse afdracht nog moet overleggen met staatssecretaris van Sport Jet Bussemaker, gaat NOC*NSF ervan uit dat de uitkering uit loterijgelden niet lager zal uitvallen dan de 44 miljoen die over 2006 wordt uitgekeerd. Toevallig werd dat bedrag gisteren tijdens een feestelijke bijeenkomst op het nationale sportcentrum Papendal bekendgemaakt door Lotto-ambassadeur en tv-presentator Robert ten Brink.

De brief van Hirsch Ballin zorgde voor opluchting bij NOC*NSF, dat zich hevig had verzet tegen een aanpassing van de Lotto-uitkering. De op handen zijnde wijziging van de Wet op de Kansspelen voorziet in een evenwichtige spreiding van loterijgelden over maatschappelijke sectoren. De sport, die zich al jaren verzekerd weet van zeventig procent van de Lottogelden, zou moeten concurreren met andere ‘goede doelen’.

Weliswaar gaat de sport meedelen in alle loterijgelden, en worden de bonden niet meer afhankelijk van de minst lucratieve loterij, deLotto, maar de nieuwe plannen werden gevoeld als een ernstige bedreiging, omdat de jaarlijkse toelage ook lager zou kunnen uitvallen. Voor de 72 sportbonden een doemscenario sinds het ministerie van Volkshuisvesting, Welzijn en Sport (VWS) in 2003 de ondersteuningssubsidie heeft afgeschaft. Het voortbestaan van vooral kleine bonden hangt sindsdien sterk af van de Lottogelden.

Nu de jaarlijkse loterijvergoeding lijkt veiliggesteld, legt NOC*NSF zich wellicht neer bij een nieuwe bestuursstructuur van de Lotto. Daarin is geen plaats meer voor de sportkoepel, in lijn met het voorstel van een commissie onder leiding van prof. dr. Theo Schuyt, bijzonder hoogleraar filantropie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, die de minister adviseerde over wijziging van de kansspelwet.

Die verandering is zeer tegen de zin van NOC*NSF, dat medezeggenschap in de Lotto ziet als een verworven recht, omdat die loterij is opgezet door en voor de sport. Maar ook bij de sportkoepel beseft men dat een tweede opstand minder kans van slagen heeft. Dus is het aannemelijk dat NOC*NSF zijn twee vertegenwoordigers (Hans Gerrits Jans en Wim Troost) in de raad van commissarissen verliest, evenals de drie afgevaardigden (Peter Groenenboom, Ton Nelissen en Jan Willem Hoogendoorn) in de beneficiantenraad, het machtigste orgaan binnen de Lotto, vergelijkbaar met een aandeelhoudersvergadering van een bedrijf.

Een complicerende factor in het spel om de loterijgelden is voor NOC*NSF de opstelling van de drie levensbeschouwelijke sportkoepels. De Nederlandse Katholieke Sportfederatie (NKS), Nederlandse Christelijke Sport Unie (NSCU) en de Nederlandse Culturele Sportbond (NCS) hebben een conflict met de sportkoepel, omdat zij buiten de verdeling van Lottogelden worden gehouden. Dat scheelt de drie koepels gezamenlijk één miljoen euro per jaar.

Nadat de levensbeschouwelijke koepels een rechtszaak tegen NOC*NSF hadden verloren, schoot de politiek te hulp. Dankzij een aangenomen amendement van de Kamerleden Joop Atsma (CDA) en Jet Bussemaker (PvdA) – die als nieuwe staatssecretaris van Sport het amendement moet uitvoeren – worden NKS, NCSU en NCS voor 2007 schadeloos gesteld met één miljoen euro uit de begroting van VWS, met uitdrukkelijk de bedoeling dat zij na 2008 meedelen in de kansspelgelden.

Rob Verheuvel, directeur van NCS, ziet de Kameruitspraak als een overwinning op NOC*NSF. „Ik ga ervan uit dat wij vanaf 2008 weer gefinancierd worden uit de loterijgelden.”

Hij kan rekenen op steun van Atsma: „Of het nu linksom of rechtsom gaat, om te overleven moeten de levensbeschouwelijke koepels verzekerd zijn van een vaste bijdrage. En wij willen dat de drie koepels blijven bestaan, omdat ze werk doen dat NOC*NSF laat liggen, vooral op het gebied van ethiek, integratie, geweld tegen scheidsrechters en contacten met derdewereldlanden.”

NOC*NSF ziet liever dat de levensbeschouwelijke koepels met dienstverlenende taken de markt opgaan om zo in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien. Directeur Theo Fledderus van NOC*NSF: „Nu geeft VWS de drie weer een kans. Ik hoop dat ze die oppakken, hoewel daar de laatste jaren weinig van terecht is gekomen. Wij zitten er niet op te wachten de levensbeschouwelijke koepels structureel te ondersteunen.”