Ongevoelig en optimistisch

Hoog- of laagconjunctuur, het is jongeren om het even.

Ze vinden dat geld moet rollen. Ook als ze weinig geld verdienen, is hun invloed op de economie groot.

Met de verwachting van magere jaren in het vooruitzicht vroeg onderzoeksbureau MarketResponse eind 2002 aan Nederlanders hoe zij hun financiële toekomst zagen. Waar ouderen zich ernstige zorgen maakten, bleven de jongeren optimistisch. In plaats van de hand op de knip te houden, kondigden ze aan extra te gaan werken of een beter betaalde bijbaan te zoeken. Uit onderzoek door marktonderzoeker Qrius een jaar later bleek dat jongeren de daad bij het woord hadden gevoegd. Hun totale inkomsten waren met 1,5 miljard toegenomen ten opzichte van 2001, naar 14,4 miljard euro.

Jongeren lijken daarmee veel ongevoeliger voor de stand van de economie dan ouderen. Ze willen geld hebben en – vooral – uitgeven. Of de conjunctuur nu hoog of laag is, dat is ze om het even. Van al het geld dat in Nederland verdiend wordt, is hun aandeel misschien bescheiden, maar de 12- tot 24-jarigen laten hun centen rollen. Want sparen, dat doen jongeren na hun twaalfde nauwelijks meer, volgens voorlichtingsbureau Nibud. Daardoor is de invloed van jongeren op de economie ondanks hun relatief kleine budget behoorlijk groot.

„Ik denk zeker dat de impact van jongeren op de Nederlandse economie groot is”, zegt Maarten Biermans, econoom bij onderzoeksinstituut SEO. Toch is hun economische kracht moeilijk meetbaar. Want volgens Biermans hebben de jongeren vooral invloed als het gaat om het signaleren van trends. „Ze kunnen producten immers maken en breken. Bovendien zijn ze vaak meebeslisser als hun ouders aankopen doen.” Maar Biermans betwijfelt of de kasstroom van jongeren wel constant is. Tijdens een recessie zouden ouders hun kinderen minder zakgeld geven.

De Nibudcijfers lijken Biermans gedeeltelijk gelijk te geven. Het inkomen van scholieren steeg in de periode 2003-2005 nauwelijks meer, van 113 naar 115 euro per maand – in tegenstelling tot in de jaren daarvoor. Maar volgens Gerjoke Wilmink, directeur van het Nibud, zegt dat niets over de bestedingen van jongeren. „We zien al jaren dat zij meer geld uitgeven dan er binnenkomt. Jongeren lenen steeds vaker geld. Met name van hun vrienden en ouders.” Volgens Wilmink besteden jongeren vooral veel geld aan elektronische gadgets. „Dat was vroeger ook al zo, maar nu volgen de hightechspullen elkaar veel sneller op. De meest gestelde vraag die wij binnenkrijgen op onze jongerensite luidt dan ook: hoe krijg ik nóg meer geld binnen?”

Jongeren houden niet alleen de hand op, ze hebben ook massaal bijbaantjes. Bijna 70 procent van de studenten en 55 procent van de scholieren werkt het hele jaar door. En 72 procent van hen heeft een vakantiebaan, zo blijkt uit cijfers van het FNV en het ministerie voor Onderwijs Cultuur en Wetenschappen.

Ook Leoni van Veen (22), student theaterdocent in Arnhem, heeft sinds haar middelbareschooltijd tal van baantjes gehad. „Van friet bakken in een snackbar tot het geven van dramalessen aan verstandelijk gehandicapten”, vertelt Van Veen. Die bijverdiensten kan ze goed gebruiken omdat ze naar eigen zeggen niet goed met geld kan omgaan. Op dit moment verdient Van Veen 650 euro per maand met het geven van toneellessen. „Het klinkt misschien vreemd, maar juist door die extra inkomsten heb ik het aangedurfd om een lening af te sluiten bij mijn bank, zodat ik alle spullen kan kopen die ik op het toneel nodig heb.”

Voor vragen over jongeren en geld: www.nibudjong.nl