Liefde voor de vlag in Franse campagne

De verkiezingscampagne in Frankrijk gaat steeds meer over nationale identiteit. Er wordt grif gebruik gemaakt van symbolen. Angst voor succes van extreem-rechts speelt een grote rol.

René Moerland

Een curieuze, of veelzeggende, samenloop van omstandigheden: terwijl Europa dit weekeinde in Berlijn het 50-jarige bestaan vierde van het Verdrag van Rome, gaat de verkiezingscampagne in Frankrijk steeds meer over de nationale identiteit.

Op de marginale Groenen na, is er geen partij die op verkiezingsbijeenkomsten Europese liederen aanheft. Bijna alle kandidaten, van de communistische Marie-Georges Buffet tot de ‘soevereinist’ Philippe de Villiers, zetten hun aanhangers aan tot het zingen van het nationale volkslied, de Marseillaise.

Sinds eind vorige week gebeurt dit ook bij de centrum-linkse kandidaat Ségolène Royal. Elke grote bijeenkomst van haar wordt voortaan met de Marseillaise afgesloten, beloofde zij in Marseille. En de sociaal-democrate deed er nog een schepje bovenop. Zij vindt dat ieder Frans huishouden een nationale vlag hoort te hebben en deze buiten moet hangen op de nationale feestdag, 14 juli.

Die aansporingen zijn in eigen kamp slecht gevallen. Concurrenten op links verweten Royal te flirten met nationalisme. En passant verklaarde zij Jeanne d’Arc, de middeleeuwse nationale heldin die het extreem-rechtse Front National ook opeist, tot haar model. In haar eigen partij is er kritiek, maar anoniem: ruzie kan Royal een plaats in de tweede ronde kosten.

De centrum-rechtse kandidaat Nicolas Sarkozy begroette de voorstellen van Royal met ironische instemming. Vorige week kreeg hij nog kritiek, nadat hij had voorgesteld een minister te benoemen van Immigratie en Nationale Identiteit. PS-woordvoerders verweten hem toen te flirten met Le Pen. Nu is Sarkozy blij „de weg te hebben gewezen”. Gisteren werd er in het zuiden bij zijn campagne weer door duizenden met de driekleur gewapperd.

De ‘nationale wending’ in de campagne is in de smaak gevallen bij de extreem-rechtse kandidaat Jean-Marie Le Pen. Hij droomt alvast hardop van kiezerswinst: „Door mijn ideeën af te pikken, keuren mijn concurrenten ze in feite goed,” zei hij dit weekeinde.

De centrumkandidaat François Bayrou, die Royal en Sarkozy in peilingen het dichtst nadert, meent ook dat zijn concurrenten onder invloed staan van de ideeën van Le Pen. Hij doet niet aan mee aan de „nationalistische obsessie”, belooft hij, en waarschuwt tegen de onvoorspelbare gevolgen daarvan. Maar evengoed: de Marseillaise zingt hij „elke avond”.

Veel patriottische verklaringen werden afgegeven in het zuiden van Frankrijk, waar Le Pen traditioneel hoge scores haalt. Maar de vrees voor een nieuw succes van Le Pen, na zijn kwalificatie voor de tweede ronde in 2002, is niet de enige verklaring (in peilingen stagneert hij rond 12 procent). In feite hebben centrumpolitici al een grotere belangstelling voor nationale liefde sinds het ‘nee’ bij het referendum over de Europese Grondwet in 2005. Toen premier Dominique de Villepin vorig jaar pleitte voor ‘economisch patriottisme’ werd hij in eigen land alleen bekritiseerd door enkele topmannen uit het bedrijfsleven, niet door de oppositie.

Ook Ségolène Royal ontdekte de vlag niet pas dit weekeinde. Eind september, toen ze net door haar partij als kandidaat was gekozen, noemde zij de vlag een van de pijlers van de nationale gemeenschap – samen met de sociale voorzieningen.

Dit weekeinde legde Royal op televisie uit dat haar liefde voor de vlag direct verband houdt met het referendum over Europa. Het grote aantal nee-stemmers in de lagere inkomensgroepen maakte volgens haar duidelijk dat daar een „existentiële” identiteitskwestie speelt. Door „de betekenis van symbolen” uit te leggen wil zij deze groepen „omhoog trekken”. De vlag moet doen denken aan waarden als gelijkheid, respect voor mensenrechten en tolerantie. De bevestiging van de eigen identiteit moet Frankrijk zelfvertrouwen geven bij zijn Europese optreden.

Nicolas Sarkozy verdedigde zijn ministerie van Nationale Identiteit vorige week met een vergelijkbaar beroep op dergelijke waarden. Inhoudelijk zijn de tegenstellingen tussen de drie centrumkandidaten niet levensgroot. Sarkozy, Royal en Bayrou willen elk op hun eigen manier de Europese integratie opnieuw op gang brengen en immigratie beperken, maar niet stopzetten. Maar alle drie staan ze voor de vraag hoe ze het sceptische deel van het electoraat mee krijgen.

De afgelopen weken steeg Bayrou in de peilingen, nadat hij zich afzette tegen ‘het systeem’ en de traditionele links-rechtsverdeling. Het nationale accent loont ook in de peilingenrace. Royal en Sarkozy staan weer min of meer gelijk, op ongeveer 27 procent in de eerste ronde. Bayrou zakt weer in de peilingen, tot ongeveer 20 procent.