Lang leve de stad!

In 1950 woonde 30 procent van de wereldbevolking in steden, in 2030 zal dat 60 procent zijn. Een verdubbeling dus. Vaak wordt die ontwikkeling gepresenteerd als angstaanjagend. We zien dan beelden uit ontwikkelingslanden van overvolle, uitdijende miljoenensteden met een verpauperde bevolking. De grote trek van de stad naar het platteland zou een menselijk drama zijn van arme boeren die van de regen in de drup komen. Het platteland wordt dan neergezet als een idylle, waar de inheemse bevolking nog in harmonie met de natuur en elkaar leeft. (Een romantische mythe.) Daar staat de stad dan tegenover als een zedeloos sodom en gomorra met sloppenwijken waar zwerfkinderen lijm snuiven en zich prostitueren.

Jungles en guerrilla

Natuurlijk zijn er schaduwkanten aan de stad, maar mensen zijn vrij rationeel. Zij zouden echt hun geboortegrond niet verlaten als ze het daardoor slechter kregen. Steden kennen dichte concentraties van mensen en hebben goede voorzieningen. Denk aan riolering, waterleiding en elektriciteit. Er is meer werk, meer voedsel en veel betere toegang tot hulp. Uitgestrekte dunbevolkte gebieden daarentegen – denk aan bergen of jungles – zijn in ontwikkelingslanden vaak haarden van drugsverbouw, stammenstrijd of guerrilla-acties. Daardoor is hulpverlening er moeilijk. Ook gezondheidszorg en onderwijs staan op het platteland op een veel lager peil. Zo kunnen de Talibaan in de Afghaanse bergen veel effectiever meisjes intimideren en zorgen dat ze niet naar school gaan, dan in de steden, waar de regering de controle heeft.

Arm platteland

Landen waar minder dan een kwart van de bevolking in steden woont, zoals Malawi, Rwanda, Burkina Faso en Niger, horen tot de armste van de wereld. Sterk verstedelijkte landen zijn juist zeer welvarend. Steden zijn de motoren van de economie en laboratoria van cultuur. Landen met een onstuimige economische groei, zoals China, verstedelijken dan ook snel: van 27 naar 39 procent in slechts 12 jaar tijd. En dat is mooi, want van de plattelandbevolking heeft maar 30 procent de beschikking over schoon drinkwater, tegenover 70 procent van de stadsbevolking.

Urbanisatie goed voor natuur

India zal het voorbeeld van China gaan volgen en in de komende decennia snel urbaniseren. Door bebaarde doctorandussen wordt vaak zorgelijk gekeken bij oprukkende hoogbouw en industrie. Maar het is een positieve ontwikkeling, ook voor de natuur. Als mensen zich concentreren in de steden, kunnen delen van het platteland ontvolkt raken. Daardoor ontstaat weer ruimte voor échte natuur, voor wildernis. Ruimte voor zeldzaam geworden diersoorten als de tijger, de Aziatische olifant en de pantserneushoorn. Dat dit echt kan, bewijst Oost-Europa: door de ontvolking van het platteland in Rusland, Polen en Estland floreren de wolf, eland en bruine beer er weer.