Koning leeuw der koolmezen

De leeuw is dapperder dan het lam. Maar ook binnen eenzelfde diersoort bestaan grote, aangeboren karakterverschillen. De ene hagedis waagt zich ver uit zijn schuilplaats en vangt volop krekels, de andere hagedis vlucht bij het minste gevaar.

„Ruwweg de helft van die variatie in het gedrag tussen individuele dieren is erfelijk”, zegt evolutiebioloog Kees van Oers. „Wil je als soort in de evolutie vooruitkomen, dan moet er genetische variatie zijn. Waar die variatie vandaan komt is een andere vraag. Jarenlang wilden psychologen hier niets van weten. Zij vonden ‘persoonlijkheid’ iets typisch menselijks, niet iets voor dieren.”

Dat zal iedere honden- of kattenliefhebber toch tegenspreken?

„Als je een dier een naam geeft, ken je zijn karakter. De Amerikaanse marine deed al in de jaren zestig onderzoek naar verschillen in persoonlijkheid bij dolfijnen, om ze als oorlogstuig in te zetten. Er is jarenlang gedragsonderzoek bij apen in dierentuinen gedaan. Veel wetenschappers waarschuwen echter om jezelf als mens niet in dieren te spiegelen en geen menselijke eigenschappen aan dieren toe te schrijven. Je kunt ook geen eigenschappen van een kat aan een hond toeschrijven.”

Is het moeilijk om authentieke dierenkarakters te beschrijven?

„Ja, toch wel. Ons instituut werkt al vijftig jaar aan koolmezen. Maar als je een koolmees buiten bezig ziet, lees je daaruit weinig af over zijn karakter, net zo min als wanneer twee mensen aan tafel zitten te eten. Pas als je zegt ‘zullen we gaan bungeejumpen?’, word je een stuk wijzer.

„Karakter komt pas tot uiting onder milde stress, maar de situaties waarin die milde stress tot uiting komt, zijn voor elke soort weer anders. De ene koolmees gaat een nieuwe omgeving meteen enthousiast verkennen, de ander blijft veilig in een hoekje zitten. Dat zit deels in hun genen. Uit een gemengde populatie hebben wij door systematische kruisingen binnen vier generaties heel schuwe of juist waaghalzerige koolmezen gefokt.”

Waarom worden koolmezen in de loop van de evolutie niet alsmaar heldhaftiger?

„Elk voordeel heeft zijn nadeel. In een mager voedseljaar heeft de ondernemende koolmees, die actief achter voedsel aanzit en dat agressief verdedigt, een grotere kans om te overleven. Maar de sperwer zal hem ook eerder grijpen. In rijke voedseljaren zijn schuwe, onopvallende koolmezen in het voordeel, omdat agressie onnodig energie kost.

„Ik wil dolgraag weten in hoeverre ook de moderne mens nog blootstaat aan evolutionaire selectiedrukken en welke effecten ons sociale systeem daarop heeft. Dat is echter nogal een taboe-onderwerp. Je krijgt al gauw het verwijt ethische grenzen te overschrijden. Daarom zoeken we een dier als modelsoort.”

Zoals de koolmees?

„Ja. Allerlei fysiologische eigenschappen, hersenstructuren enzovoorts blijken tussen kort- en langlevende soorten sterk overeen te komen. Aan gedrag liggen veel hormonale en neurobiologische systemen ten grondslag, zoals het dopaminesysteem.

„Binnenkort publiceren wij samen met collega’s van het Max Planck Instituut over het gen DRD4 dat bij koolmezen én mensen voorkomt en een deel van het dopaminesysteem in de hersenen aanstuurt.

„We hebben verschillende varianten van dit gen opgespoord. Voor de mens zijn er intussen zeven steeds langere varianten van gevonden. Hoe langer het gen, hoe meer de bezitter op zoek is naar nieuwe uitdagingen in zijn leven.”